Tien.

Ze zag er nog steeds fantastisch uit. Ik herkende haar niet meteen. Ik kende haar, vroeger, maar kon haar moeilijk plaatsen. Even had ik de verkeerde voor. Ik wist dat ik haar kende en zij wist dat van mij, maar keek met dezelfde zoekende blik.

Later op de avond zei ik dat het tien jaar geleden was. Dat leek haar een overschatting, omdat het een grotesk getal is, maar ik zat er niet ver naast. Toen leerden we elkaar kennen, negen jaar geleden zag ik haar voor het laatst. Ergens tussen montageruimte en visielokaal in.

Ze zag er nog steeds goed uit. Ik heb het altijd voor haar gehad. Ietwat rouge haar, nonchalant en los. Ze was nog steeds groter dan ik, iets dat ik minder actief onthouden had. Een knappe vrouw, de volwassen versie van het knappe meisje. Atypisch mooi. Ze is mooi in beweging, iets in haar houding en de rusteloze uitdrukking op haar gezicht.

Ze kleefde het etiket ‘Brussel’ op mij, dat herinnerde ze zich. Ik herinnerde me haar appartement als ‘een duplex met veel hout en weinig ramen’. ‘Ben jij daar dan geweest’ vroeg ze. ‘Een keer’, zei ik, één keer. Ze zat in een hogere klas en was ouder dan ik. In de appartementen van oudere studentes geraak je niet zomaar binnen.

Ze had met een vriendin iets opgericht en was dat recent nog komen voorstellen. Het was mij ontgaan, maar de site stond als voorteken al een hele week geopend. Ze liep heen en weer, rusteloos mooi. Ik ging naar huis en groette haar, zij gaf mij iets mee. Tot binnen nog eens tien jaar, dacht ik. Ze zou nog steeds dezelfde rousse zijn, maar weer ietsje anders. Mooi.

9 Responses to “Tien.”


Leave a Reply