Kinderen zijn onze toekomst, hoor je weleens. Dat bedacht ik me deze ochtend, aangemeerd op perron 5 van Vilvoorde railway, wachtend op de aansluiting naar Brussel Meiser.
Op perron 4, aan de andere kant van de sporen stond een halve school kinderen ruis te produceren, ieder met zijn eigen reflecterend vestje aan. Bosjes lagere scholieren die in dropjes en hoopjes – als appelmoes met brokken – over de breedte werden uitgesmeerd.
Een totaal onverwachte wending van de ochtend, die de sleur ten goede of ten kwade doorbak. Mijn collega perronbezetters deden samen met mij een poging om geamuseerd toe te kijken, blijvend ieder contact met elkaar te mijden. Eens wat anders dan naar onze tenen en de rode kiezels van perron 5 te loeren.
Terwijl iedere ambtenaar voor zichzelf de kameleontechniek toepaste en zich zo verdekt mogelijk opstelde, deden de kinderen bij de overburen het tegendeel: uitbundig trokken ze de aandacht en luidden boven elkaar uit. Ze bewogen, riepen en speelden typetjes. Jolijt alom.
Het contrast kon niet groter zijn. Terwijl wij ambtenaren nog steeds geamuseerd probeerden toekijken, stak het besef van volslagen geluk de kop op. Onschuld, blijheid en levenslust, eigenschappen die we bij onszelf stilaan zagen vervagen, naarmate de jaren in onze kleren kropen.
De ambtenaren kwamen tezelfdertijd en licht geamuseerd tot een gelijk besef, dat zich als een omgestoten tas koffie van het perron meester maakte. Het geluk bestaat, maar was nog nooit zo veraf. Het geluk stond aan de overkant en was voor ons voorgoed voorbij. Het ging de andere kant op, alleszins niet naar Brussel Meiser.
Een aankomende trein scheurde zich door de heldere bedenking en het moment van inzicht verdween met het openen van de deuren. De ambtenaren stapten op en werden in groep weggevoerd. De kinderen bleven achter. Ze produceerden ruis en waren zich verder van niets bewust.
Ik ga naar de koffiekamer mijn verdriet over het gevoel beslechten met lekkers en zoets. Hongerig naar de kinderlijkheid of wat het had kunnen zijn. Opgesloten tot de bel ons naar buiten jaagt en alle ambtenaren de straat op stuurt. Misschien dat ik dan op verdoken wijze een korte huppel lanceer en de toeterende bestuurders met onschuld bestrooi.
Related posts:
Prachtig verwoord!
fijn ja dat van die omgestoten tas koffie
camps & dewulf & baert
nu!
Schuune!
Zeer mooi. Zeer waar ook.
Het positieve is dat – eenmaal je zelf kinderen hebt – je terug kan mee genieten van die onschuld en dat geluk, ze laten je soms toe om mee in hun wereld te stappen – meestal wordt je even later “Willie Wonka”-gewijs terug in de echte wereld geplempt.
Zelfs voor ambtenaren is er dus nog hoop.
zucht… :(