Ik heb niks. De kranten staan vol over de financiële crisis. Aandelen die nog maar een fractie waard zijn van wat je er voor betaalde. Recessie en devaluatie van je centen op de bank. De veronderstelde opwaardering van je huis, die wordt weggemaaid tot een waardedaling. Maar ik heb niks. Tot mijn grote geluk of ongeluk.
Geen tienduizenden euro’s op de bank. Geen huis of appartement op mijn naam. En al helemaal geen aandelen of obligaties. Niets. Mijn meest waardevolle eigendom kan ik in één (foto)tas bij elkaar nemen en mee naar buiten wandelen. Een vorm van vrijheid, als je het mij vraagt. Maar met het ouder worden kan deze mentale vrijheid ook een verarming zijn.
Ik heb nochtans al heel wat geld verdiend. Nog voor ik legaal mocht vakantiejobben was ik al aan het klussen. Zomers gewerkt als student en nadien ook doorheen het academiejaar. Eerst een zware strip(boek) obsessie, gevolgd door het fanatiek kopen van plaatjes (vinyl) en draaitafels. Uiteindelijk gingen de centen vooral naar fotomateriaal.
En zodra ik voltijds ging werken kwamen daar nog twee uitgavenposten bij: reizen en eten. Niets beter voor je kortetermijngeluk dan lekker eten. Een instant vorm van geluk. Niets genialer voor een gezonde geest dan reizen.
Want dat is de ultieme vraag: wil je zoveel als mogelijk ieder moment van je leven gelukkig zijn? Of wil je terugkijken naar zoveel mogelijk gelukkige herinneringen? En waar zit het verschil? Een blockbuster geeft je plezier tijdens het kijken, maar je houd er achteraf weinig aan over. Een arthouse film moet je weleens doorploeteren, maar laat meestal een zeer sterke herinnering na.
Als het even kan, ga ik voor alletwee. Gulzig leven. Ik heb nu niets, dus heb ook niets verloren. Ik hoef mij geen zorgen te maken over wat ik kan kwijtspelen. Over het geld dat ik kwijt zou zijn, de waarde van mijn bezit die verminderd is. Maar ik heb ook geen lening, geen studieschuld en moet geen organen verpatsen om mijn huur te betalen.
Het lijkt me wel leuk om iets te hebben. Niet zozeer centen op de bank, want die zou ik toch maar verbrassen. Aan lekker eten en verre reizen ofzo. Maar een eigen huis ofzo. Iets van uzelf dat in principe de inflatie overleeft. Misschien behoor ik wel tot de laatste generatie voor wie dat min of meer een haalbare kaart is.
Ik bezit niets. Ik heb alles in mezelf geïnvesteerd. Niets zo onveilig als dat, want het kan van de ene op de andere dag gedaan zijn en je bent je investering kwijt. Tegelijkertijd is er geen groter potentieel dan dat, in jezelf investeren. Opleiding, ervaring, mensen ontmoeten, verre reizen, naar concerten gaan, lekker eten en u verwonderen over alles rond u.
Ik ben een heerlijk risico investering. Op het gevaar af geen return on investment te leveren en alle geïnvesteerde waarde kwijt te spelen. Maar met een positief risico om fantastische dingen te doen. Om waarde te creeëren. Voor mezelf en voor u. Ik bezit niets en ben de koning te rijk. Met mijn geluksindex zit het momenteel behoorlijk snor.

Recent Comments