Nacht.

We moeten dat plannen tegenwoordig. Voldoende op voorhand, via een overaanbod aan kanalen. We gaan op stap. Net geen agenda’s samenleggen, gewoon ‘dan’. En wie niet kan heeft pech. Wetende dat er danig wordt afgebeld, verschoven en er onverwachte mensen aansluiten. Loslaten en zien waar het eindigt.

Als jonge gasten was het meerdere keren per week. Meer tijd dan geld, de lijven strak en een groot recuperatievermogen. Daags nadien weer van ‘t zelfde. Daarna misschien een avondje binnenblijven, hoewel ook daar volk op af kwam. Allemaal zonder plan, want als je zin had, was het steeds ergens feest.

Vandaag parkeren we samen de straat vol. Grote jongens met auto’s, kinderstoelen gecamoufleerd. Meer geld dan tijd, de lijven al wat losser. Mannen die een gezin achterlaten, en braaf beloven daags nadien opnieuw smoeltjes te poetsen. En loze belofte van niet te zot te doen. Georganiseerd de redelijkheid laten varen. En opnieuw eens op een dak gaan te kruipen.

Het uur van de nacht waarop iedereen in de war is. Van de drank, de ochtend of al van zichzelf. De tijd waarop het niet meer uitmaakt of je er nog eentje drinkt en al dan niet gaat slapen. De ochtend komt binnen. Venten met grijnzen in kebab zaken. Lome discussies over lullen. Ervaren drinkers in hun kloten.

Grote mannen die slapen in de kamers van kleine kinderen, stinkend uit mond en porieën. De dag nadien is opgegeven. Om bij de koers in slaap te vallen. Of een verplichte familiefeest uit te zweten. En ‘s avonds alvast de volgende te plannen. Want het was goed om de redelijkheid te laten varen, op de tapkraan van de nacht.

Systeem.

Beperking is een stimulus voor creatie. Met drie kleurpotloden moet je harder je best doen, dan wanneer je een metertje Caran d’Ache ter beschikking hebt. Sommige artiesten hebben met niets anders dan een blauwe balpen een volledig oeuvre uitgewerkt. Een keuze maken en verdiepen. Afbakening is een goede tactiek voor creatieve geesten. Je vermijdt ‘van alles een beetje’ en onafgewerkt potentieel.

Iedereen weet dat je met een botsbal beter binnen speelt. Buiten ben je de bal onmiddellijk kwijt in een oneindige ruimte. Zes wanden behoeden je voor het verlies en je bal gaat heel snel alle richtingen uit. Veel boeiender. Focus is een beetje hetzelfde; het vraagt om een afgebakende ruimte of je bent het kwijt.

Zelf maak ik systemen om binnen te werken. Aan dunief was het eenvoudig: naar alle lessen gaan, kijken naar de projectie, luisteren naar de prof en tegelijkertijd nota nemen of onderlijnen in je cursus. Multi-sensoriële stimuli om attention deficit tegen te gaan. Twee tot vier uur hyperfocus per dag. En hopen dat het tempo hoog genoeg lag om geconcentreerd te blijven. Daarna iets tof doen, tot als de blok kwam. Een strikt kader.

In de examenperiode was het opstaan om zeven en geconcentreerd studeren van acht tot twaalf. Veel water of thee. Er was internet, maar gelukkig geen smartphones. Lunchen tot één, dutten tot twee. En daarna aanmodderen tot zes. Vooral niets leuks doen of het systeem was uit balans. Desnoods een namiddag shoppingkanaal kijken om de geest leeg te houden terwijl de achterkamers verwerkten.

Systemen werken. Zo viel alles op zijn plaats met ons huis. Voordien waren er losse eindjes, een open circuit. Nu is de crèche op wandelafstand, dito een school. Er is een park om de hoek en de opritten van grote invalswegen niet veel verder. De stad binnen fietsafstand en winkels op eventjes wandelen. Als je beide voltijds werkt en ondertussen twee kinderen schept moet je efficiënt zijn. Anders speel je niet meer mee.

Mensen kijken soms raar op, dat de meest van de hak op de tak springende mens steevast vragende partij is naar het kader. Wat is mijn rol? Wie neemt nota? Wie volgt dit verder op? Niets zo erg als onuitgesproken verwachtingen die tussenin de afgrond in duiken. ‘Ik dacht dat jij dat ging doen?’ En alles staat stil. Heerlijk is het leven als niets meer te regelen is. Dan heb je vrijheid.

Creatieve mensen functioneren het best in een strikt kader. Nog beter als je alle vormen van afleiding kunt wegnemen. Er is geen roem in projectmanagement, maar veel mensen halen er voldoening uit. Laat ze doen. Neem iedere vorm van distractie weg, zet mensen samen in een ruimte en laat ze gericht samenwerken. Dood aan email en telefoon. Hatelijk is de hipheid van het woord ‘procrastineren’ maar je kan wel je volledige leven voorbij laten gaan ‘bezig zijn’.

Mensen zoeken vaak een bestaand kader op voor externe druk. Je moet proeven afleggen in het onderwijs, gaan werken in je job en thuis slapen in een relatie. Zoniet dreigt de de leegte. Je produceert niets waarvoor je erkening krijgt. Luchtkastelen blijven steeds onopgemerkt, dood potentieel. Liever creatief zijn in een commerciële setting, dan thuis zitten met niet gerealiseerde ambities.

Groot zijn de mensen die hun eigen kader scheppen om volledig onafhankelijk creatief binnen te zijn. Hoeveel muzikanten creëren zelf de voorwaarden en boeken artistiek succes? Je eigen doosje om in te botsballen, waarbinnen je productief bent, erkenning krijgt en kan leven zonder dat je bankkaart weigert. Geen eenvoudige taak, maar haalbaar binnen een systeem. Tijd voor een schets, met slechts drie potloden.

Geen verhaal.

Er worden niet genoeg verhalen verteld. Nochtans zegt Jean-Philip dat alles een verhaal is. Wat klopt; achter alles zit een verhaal. Als je er naar op zoek gaat. Maar die moeite, is er vaak teveel aan. Het verhaal blijft ongezien en wordt niet verteld.

In de krant lees ik Herman over leiderschap. Hij beweert dat vele organisaties ontzield zijn en hun leiders geen visie hebben. Dat beetje verhaal dat verteld wordt, is niet meer dan een schaamlapje voor PR. Een CSR project, heet dat vandaag. Ik deel zijn mening.

Ik zie maar weinig grote bedrijven die doordrongen zijn van een verhaal, zeker op lokaal vlak. Een visionaire leider… Ik zeg steeds: als een bedrijf één doel heeft naast geld verdienen, is het voor mij al geslaagd. Zijn het niet de aandeelhouders die nood hebben aan hun financieel shot, dan moet er een smak geld naar het hoofdkantoor in het buitenland. Instant gratificatie, kote termijn return, in plaats van een groter doel te stellen en meer te realiseren.

De biografie van Steve lag in geschenkverpakking onder menig kerstboom. Alleman dweept met Steve. Toon mij een presentatie over marketing zonder verwijzing naar appel. Net in de bewondering van de andere, verschuilt het gebrek aan een eigen visie. Fanboys zonder eigenheid. Wachtend op anderen, vooraleer ze zelf uit hun pijp komen.

We zijn onze verhalen kwijt. Dat verhaal van Christus was een goedje, maar heeft nood aan actualisatie. En aan hun HR schort wat. Niets dat ons nog samenbrengt. Niemand die ons zegt wat onze plaats en waarom dat de moeite is. Waarover we met elkaar kunnen praten. Mensen dolen door winkelstraten, in de hoop een identiteit bij elkaar te shoppen.

Niet alleen bedrijven missen een verhaal, waarin medewerkers en klanten een plaats vinden. Ook dit land is zijn verhaal kwijt. Er is geen verhaal over België, zoals dat over ‘grote naties’ als Frankrijk of de VS bestaat. We krijgen geen argumenten waarom we trots moeten zijn. Enkel verhalen dat dit van het zuiden luierikken en profiteurs zijn. Benieuwd wat ze daar over ons zeggen…

Daarom wens ik ons leiders met moed, visie en daadkracht toe. Van de kleine starter, tot een groot bedrijf of overheid. Mensen met een breder palet, dan het financiële. Voor wie winst niet enkel aan valuta is verbonden. Leiders met visie, die een goed verhaal vertellen. En als ze het niet zo vlot geformuleerd krijgen, mogen ze mij er mij steeds voor bellen.

Vooruit.

In september 2008 gingen mijn ogen open: er is een rechtstreekse relatie tussen de inkomsten van een organisatie en de uitgaven. In dienstverlening in België is de loonkost de grootste uitgave. Wanneer de financiële vooruitzichten slecht zijn, wordt daar quasi onmiddellijk gevolg aan te geven: besparingen. Lees: ontslagen. Niet of, maar hoeveel en wie. En wie daarna. En daarna. Ik heb de afgelopen drie jaar zeer veel organisaties zien krimpen. Kwartaal na kwartaal. En niemand vond dat fijn.

Er werd toen steeds geroepen dat dit effect pas in een later stadium impact heeft op de publieke sector. Ze staan in tweede lijn, omdat ze gefinancierd worden met belastingen op arbeid en bedrijven. Een uitgestelde tsunami. Dat we er anderhalf jaar over deden om van een non-regering tot een regering te komen, zorgde voor verder uitstel. Toen we net opnieuw voorzichtig positief waren, volgde een tweede economische schokgolf. Deze gehele crisis zou langer duren een grotere effect hebben dan voorzien. We moesten het durven toegeven. En de conclusies trekken. En ons aanpassen. Mentaal zowel als financieel.

Nadat alle andere Europese landen de eerste grote hervormingen doorvoerden, start België er eindelijk ook mee. We hadden een vals gevoel van veiligheid, omdat de dringende politieke beslissingen niet werden genomen. Om plannen uit te voeren in 2012, moest er in 2011 nog beslist worden. En zetten politici de galop in, om de onvermijdelijke en weinig populaire beslissingen door te voeren. Onze bubbel werd doorprikt. De wereld bleek iets minder mooi en vriendelijk dan we tot dan toe ervoeren.

Je kan maar zoveel geld uitgeven, als je binnenkrijgt. En je zet best een beetje opzij. De regel van de goede huisvader, die we schaamtelijk hebben genegeerd. We hebben jarenlang meer geld uitgegeven dan er binnenkwam. Dat begrotingstekort potte de reeds bestaande schuld verder op. Gans Europa leefde boven zijn stand. Op de poef. Tegelijkertijd dalen de inkomsten. Minder uitgeven én minder inkomsten, dat doet twee keer pijn.

Het adagio van economische groei verliest terrein. We zitten globaal gezien op de marge van wat onze aarde kan bolwerken. In het oude Europa daalt de bevolking. De omgekeerde bevolkingspyramide zet generaties onder druk. Nieuwkomers krijgen niet dezelfde kansen en ervaren actieve discriminatie. Onze ouderen kijken afkeurend naar de gekleurde mens die hun billen afveegt.

Je kan maar zoveel uitgeven, als er binnenkomt. Alle studies wijzen er op dat er in België een zeer grote sector betaald wordt met gemeenschappelijke middelen (via de overheid). En dat deze onvoldoende efficiënt werken. We hebben de kosten van het Zweedse model, met de output van het Spaanse model. Al jaren werd het gezegd en nu wordt het gedaan: besparen in het overheidsapparaat. Minder uitgaven. Harder en langer werken, meer doen voor minder.

Deze groep werknemers is bijzonder goed georganiseerd in vakverenigingen. Ze maakten over de jaren heen strenge afspraken met een overheid die het goede voorbeeld wilde geven. Heiliger dan de paus. Er werden beloftes afgedwongen die vandaag oneerlijk en onhaalbaar zijn. Er kwam een steeds grotere verwijdering van de commerciële realiteit. En bij de minste tegenkanting werd de publieke dienstverlening lamgelegd door staking. De mensen die bijdragen om dit publieke korps in dienst te houden zaten economisch reeds in de tang. En nu worden ze verder uitgenepen.

Ik leef in de economische realiteit. Ik zie minder trouw bij klanten, lagere budgetten, meer werk voor minder geld, meer onvergoede pitches en aanbestedingen, etc. Ik heb al bij al een goed leven, maar het is niet altijd vanzelfsprekend. Ik weet dat onze welvaart zal dalen. Dat we met minder tevreden moeten zijn. Ik ben verplicht te hopen en geloven dat we het nog steeds goed gaan hebben. Maar voor het eerst zijn wij een generatie met een negatieve groeiverwachting, zoals dat dan heet.

De eerste besparingen voel ik ook. Ik betaal iedere maand meer voor mijn bedrijfswagen, hoewel ik die wagen echt voor mijn job nodig heb en regelmatig met de fiets ga werken. Ik zal de ramen van onze pas aangekochte woonst – in de piek van de vastgoedmarkt – niet kunnen vervangen met 40% fiscale teruggave. Dit kost mij een extra tienduizend euro. Terwijl de vijftigers in mijn straat de afgelopen jaren allemaal dubbel glas hebben gestoken en op 58 in prepensioen gaan.

En dan deze staking. Ik heb het gevoel dat er tegen mij wordt gestaakt. Ik draag vanuit de private sector bij aan de jobs in de publieke of gesubsidieerde sector. Als warme mens die zich inzet voor een warme samenleving doe ik dat met plezier. Iedere euro van mijn belastingen die naar onderwijs gaat, draag ik graag bij. Net zoals solidariteit, cultuur, publiek transport etc. We zijn collectief gelukkiger als we een meer gelijke samenleving hebben. Ik ben voor een warme samenleving, maar verwacht dezelfde loyauteit in de andere richting.

Maar dat – drie jaar na september 2008 – verschillende groepen werknemers het werk neerleggen en het land vastzetten, nu zij getroffen worden. Dat vind ik niet kunnen. Hun verwachtingen zijn buitensporig. De afgedwongen beloftes zijn niet haalbaar. De droom van groei en verbetering ligt aan diggelen. De frustratie dat zij langer moeten werken, een kleiner pensioen krijgen en minder voordelen, is misplaatst. De hoge woorden over ‘rechten’ en ‘beloftes’ stuiten mij tegen de borst. Het zat er al drie jaar aan te komen. Open je ogen, doorsta de koude douche en word wakker in een andere wereld.

Ja het is abrupt. En ja een grote groep voorgangers heeft het allemaal wel gekregen. Maar ook dat was al ‘op de poef’. Ook die factuur is vooruitgeschoven. En dat is iets wat ik niet verder tolereer. Geen facturen blind naar de toekomstige generatie doorschuiven. Een steeds grotere groep ouderen, die steeds langer leeft en steeds meer voordelen wenst… We stevenen af op een conflict. En ja: er zullen nog beloftes verbroken worden. Wen alvast aan het idee.

We zijn bij de gelukkigen. We hebben het vandaag zeer goed en zullen het in de toekomst waarschijnlijk ook nog goed hebben. Zij het dat we het met minder materiële en financiële welvaart moeten doen. Ik heb genoten van een goed onderwijs aan lage kost en gun mijn kinderen (en de uwe) hetzelfde. Ik neem mijn verantwoordelijkheid op om bij te dragen aan de oudere generaties die welvaart hebben gecreëerd en nu van hun welverdiende rust willen genieten.

Maar we zullen allemaal een duit in het zakje moeten doen. Het zal iedereen pijnigen. Het is voor niemand leuk. Ik verwacht een gepaste en eerlijke houding van de werknemers en vakorganisaties in de publieke en gesubsidieerde sector. Want hoe harder zij zich vastklampen aan zogeheten verworven beloftes, hoe vaker zij het werk neerleggen en het land gijzelen. Hoe sneller de solidariteit en het begrip afkalft en hoe scherper verschillende groepen tegenover elkaar zullen staan. We moeten vooruit. En ik verwacht van iedereen een gepaste inspanning. Neem uw verantwoordelijkheid, stel uw vizier bij en formuleer nieuwe ambities. Ik ga graag met u in dialoog. Maar dan moet u eerst een stapje richting realiteit zetten.

Overschot.

Er is een overschot aan meningen. Niet diegene in uw hoofd, maar de meningen die gedeeld worden. Niets verkeerd met uw gedacht boven het fokkiesjamien of aan de virtuele toog. Maar ik krijg genoeg van de stortvloed aan opinies op papier en scherm.

Alsof ieder nieuwsfeit vandaag belicht moet worden aan de hand van een persoonlijk mening. Dubbelop met het nieuwsitem. Bij voorkeur met een foto erboven. Elk is columnist, hoewel weinigen van groot talent gespijsd zijn. Iedere week dezelfde figuren over dezelfde thema’s. Voorspelbaarheid troef.

Formats geraken versleten. Elke zaterdag prijkt een mij onbekend persoon bovenaan het weekendmagazine, terwijl hij twee volle pagina’s lettersoep etaleert. In het klassieke ‘brief aan’ formaat, beginnend met ‘beste (insert name here)’. Bij de post-digitale medemens flitst #boring door de gedachten. Met slechts één woord op twee pagina’s had hij meer indruk gemaakt.

Columns. De ideale manier om weinigzeggende nieuwsfeiten een langer leven te gunnen. Fantastische aanpak om mensen gratis bijdragen te laten pleuren en hen er een goed gevoel bij te geven. Weinig boeiende mensen vertellen tot vervelens toe over hun weinig boeiende exploten. Ook een geweldige truuk om kundige voetbaltrainers een slecht geschreven bijdrage te laten publiceren.

Deze modderstroom van meningen noopt mij aan tot voorzichtigheid. De val der inoriginaliteit is nooit acuter geweest. Als het een column van een bekende smoel op pagina twee kan zijn, heb je een reden om er online niet over te publiceren. Geef die oude mannetjes en stijlconsulentes een afzonderlijk magazine, dat snel failliet kan gaan. De idee van een ‘bad bank’ indachtig.

Ik bemin ondertussen in stilte de doe-mensen. Personen die één stap voorbij de mening cultuur zetten en iets doen. Soms interessant genoeg om een mening over te vormen. Maar vaak ben ik hen al dankbaar dat ze de energie steken in iets anders dan een mening te publiceren. We bloeden leeg aan het teveel aan meningen. Spijtig dat ik het moet schrijven. Ik had liever gezwegen.

Geef mij de krant half zo dik, met sterk inhoudelijke artikels, waar ik kan speuren welke redacteur het geschreven heeft. En moet vaststellen dat ik hem of haar niet ken. Vermoord de openingskolom met sympathieke foto van de hoofdredacteur. Was het behang van de muren en behoud de essentie, hoe mager ook. Mijn quasi onverdeelde aandacht krijgt u.

Waar ik nog steeds fors geschapen ben van meningen, behoed ik u voor diens publicatie. Ik deel ze graag, in een virtueel remspoor tegen een emaille nieuwsstroom. Of boven moutsappen met alcoholische dampen. Maar verder is het zinvoller iets werkelijks te doen. Produceren. Voor we collectief ondergescheten geraken door een overvloed aan meningen.

En aan de onbeminde brievenschrijver in het weekendblad: euthanasie voor columns is nooit onwettelijk geweest. Overweeg het. Doe iets boeiend in uw leven en schrijf er één keer per jaar over. Ik zal je lezen.

Gordijntjespieper.

Gordijnpieper

Ik ben een gordijntjespieper. Althans, ik ben het geworden. Een verdoken observator van wat er zich voor mijn deur afspeelt. Een waarnemer, met één oog tussen twee gordijnen, geholpen door een vinger die de scene ontbloot.

Nochtans waren die zon doorlatende Zweedse rolletjes er gekomen om nieuwsgierige buitenstaanders de inkijk op ons leven te ontnemen. De bezoedelde blik van de willekeurige straatganger te verhinderen. We voelden ons plots geborgen. Gezelligheid sloeg toe.

Op de tweede verdieping bleek het terugplaatsen van een kamerdeur overigens voldoende. Daar zijn voorlopig geen gordijnen aan de orde. Het zelfvertrouwen van mijn overbuur leeft ondertussen weer op. Mijn naakte ochtendritueel brengt zijn ego geen verdere deuken meer toe.

Maar omgekeerd is mijn zicht naar buiten voortaan verhinderd. Wat rest is een schimmenspel van profielen in rijk contrast. Ik heb geen beeld van het onverlaat dat zich jammerlijk rechtmatig voor mijn deur parkeert. Geen identificatie van eikeltjes met jengelende brommertjes, die de straat op en af janken. Geen stationair draaiende luxe bak die een dame komt opvissen.

Dus piep ik tussen de blindering, zodra een wagen zich voor de verworven gevel parkeert, om de gemene valsaard te benoemen. Bij de minste blaf begeef ik me naar onze glaspartij, om de vijf centimeter gordijnspleet te benutten. Steeds in aanslag om weg te duiken, zodra mijn blik beantwoord wordt.

Sociografie in eigen straat. De wereld aan de andere kant van de aquarium. U zit er in. Maar bent teveel elkaar aan ‘t bezigen om omhoog te kijken. Anders zag u mij. Door de gordijnspleet piepen. Net voor ik wegduik. Waarna de gordijn kort heen en weer wiegt, om in rust te eindigen. Alsof er niets aan de hand is.