In september 2008 gingen mijn ogen open: er is een rechtstreekse relatie tussen de inkomsten van een organisatie en de uitgaven. In dienstverlening in België is de loonkost de grootste uitgave. Wanneer de financiële vooruitzichten slecht zijn, wordt daar quasi onmiddellijk gevolg aan te geven: besparingen. Lees: ontslagen. Niet of, maar hoeveel en wie. En wie daarna. En daarna. Ik heb de afgelopen drie jaar zeer veel organisaties zien krimpen. Kwartaal na kwartaal. En niemand vond dat fijn.
Er werd toen steeds geroepen dat dit effect pas in een later stadium impact heeft op de publieke sector. Ze staan in tweede lijn, omdat ze gefinancierd worden met belastingen op arbeid en bedrijven. Een uitgestelde tsunami. Dat we er anderhalf jaar over deden om van een non-regering tot een regering te komen, zorgde voor verder uitstel. Toen we net opnieuw voorzichtig positief waren, volgde een tweede economische schokgolf. Deze gehele crisis zou langer duren een grotere effect hebben dan voorzien. We moesten het durven toegeven. En de conclusies trekken. En ons aanpassen. Mentaal zowel als financieel.
Nadat alle andere Europese landen de eerste grote hervormingen doorvoerden, start België er eindelijk ook mee. We hadden een vals gevoel van veiligheid, omdat de dringende politieke beslissingen niet werden genomen. Om plannen uit te voeren in 2012, moest er in 2011 nog beslist worden. En zetten politici de galop in, om de onvermijdelijke en weinig populaire beslissingen door te voeren. Onze bubbel werd doorprikt. De wereld bleek iets minder mooi en vriendelijk dan we tot dan toe ervoeren.
Je kan maar zoveel geld uitgeven, als je binnenkrijgt. En je zet best een beetje opzij. De regel van de goede huisvader, die we schaamtelijk hebben genegeerd. We hebben jarenlang meer geld uitgegeven dan er binnenkwam. Dat begrotingstekort potte de reeds bestaande schuld verder op. Gans Europa leefde boven zijn stand. Op de poef. Tegelijkertijd dalen de inkomsten. Minder uitgeven én minder inkomsten, dat doet twee keer pijn.
Het adagio van economische groei verliest terrein. We zitten globaal gezien op de marge van wat onze aarde kan bolwerken. In het oude Europa daalt de bevolking. De omgekeerde bevolkingspyramide zet generaties onder druk. Nieuwkomers krijgen niet dezelfde kansen en ervaren actieve discriminatie. Onze ouderen kijken afkeurend naar de gekleurde mens die hun billen afveegt.
Je kan maar zoveel uitgeven, als er binnenkomt. Alle studies wijzen er op dat er in België een zeer grote sector betaald wordt met gemeenschappelijke middelen (via de overheid). En dat deze onvoldoende efficiënt werken. We hebben de kosten van het Zweedse model, met de output van het Spaanse model. Al jaren werd het gezegd en nu wordt het gedaan: besparen in het overheidsapparaat. Minder uitgaven. Harder en langer werken, meer doen voor minder.
Deze groep werknemers is bijzonder goed georganiseerd in vakverenigingen. Ze maakten over de jaren heen strenge afspraken met een overheid die het goede voorbeeld wilde geven. Heiliger dan de paus. Er werden beloftes afgedwongen die vandaag oneerlijk en onhaalbaar zijn. Er kwam een steeds grotere verwijdering van de commerciële realiteit. En bij de minste tegenkanting werd de publieke dienstverlening lamgelegd door staking. De mensen die bijdragen om dit publieke korps in dienst te houden zaten economisch reeds in de tang. En nu worden ze verder uitgenepen.
Ik leef in de economische realiteit. Ik zie minder trouw bij klanten, lagere budgetten, meer werk voor minder geld, meer onvergoede pitches en aanbestedingen, etc. Ik heb al bij al een goed leven, maar het is niet altijd vanzelfsprekend. Ik weet dat onze welvaart zal dalen. Dat we met minder tevreden moeten zijn. Ik ben verplicht te hopen en geloven dat we het nog steeds goed gaan hebben. Maar voor het eerst zijn wij een generatie met een negatieve groeiverwachting, zoals dat dan heet.
De eerste besparingen voel ik ook. Ik betaal iedere maand meer voor mijn bedrijfswagen, hoewel ik die wagen echt voor mijn job nodig heb en regelmatig met de fiets ga werken. Ik zal de ramen van onze pas aangekochte woonst – in de piek van de vastgoedmarkt – niet kunnen vervangen met 40% fiscale teruggave. Dit kost mij een extra tienduizend euro. Terwijl de vijftigers in mijn straat de afgelopen jaren allemaal dubbel glas hebben gestoken en op 58 in prepensioen gaan.
En dan deze staking. Ik heb het gevoel dat er tegen mij wordt gestaakt. Ik draag vanuit de private sector bij aan de jobs in de publieke of gesubsidieerde sector. Als warme mens die zich inzet voor een warme samenleving doe ik dat met plezier. Iedere euro van mijn belastingen die naar onderwijs gaat, draag ik graag bij. Net zoals solidariteit, cultuur, publiek transport etc. We zijn collectief gelukkiger als we een meer gelijke samenleving hebben. Ik ben voor een warme samenleving, maar verwacht dezelfde loyauteit in de andere richting.
Maar dat – drie jaar na september 2008 – verschillende groepen werknemers het werk neerleggen en het land vastzetten, nu zij getroffen worden. Dat vind ik niet kunnen. Hun verwachtingen zijn buitensporig. De afgedwongen beloftes zijn niet haalbaar. De droom van groei en verbetering ligt aan diggelen. De frustratie dat zij langer moeten werken, een kleiner pensioen krijgen en minder voordelen, is misplaatst. De hoge woorden over ‘rechten’ en ‘beloftes’ stuiten mij tegen de borst. Het zat er al drie jaar aan te komen. Open je ogen, doorsta de koude douche en word wakker in een andere wereld.
Ja het is abrupt. En ja een grote groep voorgangers heeft het allemaal wel gekregen. Maar ook dat was al ‘op de poef’. Ook die factuur is vooruitgeschoven. En dat is iets wat ik niet verder tolereer. Geen facturen blind naar de toekomstige generatie doorschuiven. Een steeds grotere groep ouderen, die steeds langer leeft en steeds meer voordelen wenst… We stevenen af op een conflict. En ja: er zullen nog beloftes verbroken worden. Wen alvast aan het idee.
We zijn bij de gelukkigen. We hebben het vandaag zeer goed en zullen het in de toekomst waarschijnlijk ook nog goed hebben. Zij het dat we het met minder materiële en financiële welvaart moeten doen. Ik heb genoten van een goed onderwijs aan lage kost en gun mijn kinderen (en de uwe) hetzelfde. Ik neem mijn verantwoordelijkheid op om bij te dragen aan de oudere generaties die welvaart hebben gecreëerd en nu van hun welverdiende rust willen genieten.
Maar we zullen allemaal een duit in het zakje moeten doen. Het zal iedereen pijnigen. Het is voor niemand leuk. Ik verwacht een gepaste en eerlijke houding van de werknemers en vakorganisaties in de publieke en gesubsidieerde sector. Want hoe harder zij zich vastklampen aan zogeheten verworven beloftes, hoe vaker zij het werk neerleggen en het land gijzelen. Hoe sneller de solidariteit en het begrip afkalft en hoe scherper verschillende groepen tegenover elkaar zullen staan. We moeten vooruit. En ik verwacht van iedereen een gepaste inspanning. Neem uw verantwoordelijkheid, stel uw vizier bij en formuleer nieuwe ambities. Ik ga graag met u in dialoog. Maar dan moet u eerst een stapje richting realiteit zetten.