Pietel: “Zijt gij in Gent?”
Moeder: “Ja.”
Pietel: “Waar in Gent?”
Moeder: “Op de Korenmarkt.”
Pietel: “Gaan we ne koffie drinken in de Vooruit?”
Moeder: “Zijt gij ook in Gent?
Pietel: “Ja.”
Moeder: “Oes?”
Waarop we de volle twintig minuten koffie hebben gedronken. En ze zei: “Tof hé, zo iemand die altijd een camera tussen u in zet.” “Ja, tof hé,” zei ik.
Onhaasten, dat mag je letterlijk nemen. Met een 25 weken zwangere vrouw de berg van Montmarte op taffelen, dat is moeilijk te overhaasten. Ik klaag niet, het tempo bevalt me.
Als ik graag eens will sjezen, dan is dat makkelijk: ze heeft een boek en drinkt graag koffie. Je zet ze neer in een Franse bistro en pikt ze uurtje later weer op. Handig, zo’n zwangere vrouw. Als ze regelmatig maar eens kan gaan zitten.
Het is Parijs geworden. Niet Sevilla en ook niet Barcelona, wat later ter sprake kwam. Het is Parijs geworden omdat ik Amsterdam niet als vakantiebestemming beschouw. En toen waren we uitgepraat.
Oorspronkelijk was het Sevilla, met de vlieger en voor een ganse week. Een echte vakantie, met zon enzo. Toen zei de madame dat Barcelona misschien beter was, want als ze dringend moest piesen – en zwangere vrouwen kunnen heel plots dringend moeten piesen – dan kende ze daar goed haar weg.
Later kreeg de madame een steek in haar zij. Het bleek uiteindelijk een uitgerokken buikspier te zijn, niets erg. Maar het korte moment van paniek deed de vlieger-optie crashen. Als we niet te ver gaan en met de wagen, dan staan we op enkele uren terug thuis. Een gemoedsrust.
Eigenlijk hadden we beter in februari of maart geweest, qua comfort. Maar toen was het er het hele wisselen van job, zou ik misschien nog gaan boarden en moest dat het ook eens geregeld worden. En van ideeën kan ik wat, maar het regelen ligt mij minder.
Parijs dus. Dan kan ik eens naar die camerawinkels waar Bruno van sprak. Ik ben daar nog maar één keer geweest en slechts voor één dag. Het is bijna te voor de hand liggend om er naartoe te gaan. Of we hadden gewoon nooit de aanleiding. We hebben een hotel voor drie dagen, volgende week. Parijs it is.
Om in google te scoren heb je – onder andere – inkomende links nodig. Dat begint bij heel wat mensen door te dringen, waarschijnlijk omdat één of ander internet consultant typetje met zulke adviezen zijn euro’s verdient. Ik krijg tegenwoordig regelmatig een mailtje met de vraag of ik een link wil vermelden. Een link naar een commerciële site, in een artikel of permanent in de sidebar. Gemailed vanaf een hotmail account door iemand die geen eigen bedrijf vermeldt en niet op LinkedIn zit. Wel als zeer jong meisje op Facebook.
Mijn antwoord is standaard: ik doe niet aan advertorials of betaalde links. Contacteer de mensen van adhese/enchante om het bannertje rechtsboven dit blog op te vullen. En op mijn fotografieblog staat dat er zelfs niet. Nodig mij desnoods uit voor een belevenis of laat mij een product of dienst testen, en ik overweeg het. Content of links te pushen om commerciële redenen is out of the question. Aandacht moet je verdienen, ik die van de lezers van dit blog, anderen die van mij. Doe iets interessant en laat het mij weten.
Onderin een recent mailtje. Een ‘freelancer’ die voor haar ‘ klant’ linkjes probeert te scoren. Het mag geen reclame zijn, maar het wordt wel betaald. Maar dat mag niet geweten zijn. En hoeveel het effectief betaalt wordt niet geweten. Vijf euro ofzo, uhu… Een zeer leep mailtje. Zo van vriendelijk doen en wilt u aan dit project meeerken, maar eigenlijk gewoon inkomende links willen scoren en geheel onpersoonlijk. Ze kunnen den boom in.
Ik heb onlangs een bezoekje gebracht aan uw website. Mag ik u een compliment geven en zeggen dat ik het een uiterst interessante website vind? Dit hoort u waarschijnlijk vaak en nu denkt u natuurlijk dat ik weer zo’n spammer ben, maar dat ben ik niet…
Het zit namelijk zo… Ik ben een Freelancer en momenteel ben ik bezig met een project voor een klant die wel wat naambekendheid wil bekomen op een aantal boeiende en aantrekkelijke websites. Mijn klant is werkzaam in de consumentenelektronica en focust zich verder ook op het bespreken van videogames, camera’s, enz. Ik ben van mening dat uw website ons verder zou kunnen helpen.
Mijn klant (http://www.t€stfr€@ks.nl) zou graag “vermeld” worden op uw website. Dit kan op verschillende manieren gebeuren en ik sta steeds open voor suggesties.
Met “vermeld worden” bedoel ik niet dat er een volledig artikel moet verschijnen over de website. Ik ben ook niet op zoek naar een “lofbetuiging”, tenzij u vindt dat deze terecht is. Kortom, u beslist zelf wat u schrijft en hoeveel u schrijft. Let wel, mijn klant is geen adverteerder en wil ook niet geassocieerd worden met betalende websites. De bedoeling is eerder dat u in één van uw artikels verwijst naar de website: http://www.t€stfr€@ks.nl als een soort bron van informatie voor de lezer.
Ter compensatie, kan ik u een kleine vergoeding (“flat rate”) aanbieden via PayPal. Uiteraard, verkiest mijn klant dit bedrag pas over te maken wanneer de vermelding gebeurd is, maar indien u (als enige vorm van zekerheid) de helft van het bedrag op voorhand wenst, gelieve mij daarvan op de hoogte te brengen. Dan kan ik dit bespreken met mijn klant.
Leuke campagne van Boondoggle om verkeersveiligheid bij jonge chauffeurs aan te kaarten. Je kan via www.hettestamentvan.be zeggen wat je van een vriend zijn/haar roekeloze rijstijl denkt en wat je van hem/haar wil erven als hij/zij frontaal tegen een boom eindigt.
Een nogal frontale campagne om te zorgen dat onveilig rijgedrag onder jongeren besproken wordt. Benieuwd of mijn inbox vanavond zal uitpuilen. Het is trouwens de dag van de hoffelijkheid in het verkeer. Ik ben daarom vandaag al zeker voor twee knappe wijven gestopt. Spijtig dat ze niet moesten oversteken.
Het grootste voordeel aan digitale TV en een hard disk recorder is tezelfdertijd het grootste nadeel. Je neemt programma’s op en spoelt de reclameblokken & trailers vlotjes door. Handig, want geen onderbrekingen meer. Een reclamespot x24 speed wordt beperkt tot 4 frames.
Het nadeel is dat je geen verplichte pauze hebt. Als je dringend moet pissen of kakken, dan blijf je ophouden. Je bent niet meer gedwongen om te pauzeren. En er staat meestal genoeg op je HD om het ene na het andere programma aaneensluitend te bekijken.
De vraag is dus: wanneer neem je pauze om naar het twalet te gaan?
Dit vind ik toch heel erg sterk van VTM. Ja, ik dacht eerst: “not again, een commerciële flashmob wannabe in een station.” Het idee is al lang niet meer origineel. Maar deze choreografie opzetten met zo’n tweehonderd (jonge) dansers, dat vind ik zeer sterke prestatie. Hoe hebben ze dit voorbereid? En moeten die kinderen niet naar school?
Het resultaat mag er alleszins zijn. Zelfs een muscialhater als ik vind dit zeer knap. Emotie. Ik weet niet of ik dit reclame kan noemen, maar dit is zowat het strafste werk dat ik dit jaar al in ons landje heb gezien. Hier wordt over gesproken. VTM zoekt Maria & programmasite. Ik ben eens benieuwd.
Ik beken. Ik heb een hekel aan het hele ski-sfeertje. Alles wat zich niet op, maar rond de piste afspeelt. Van de kleine duizend kilometer die je telkenmale achter de kiezen krijgt. Een dag die je kwijt bent aan wagenzitten. Tot de terugrit, die het verselijkst is, want je bent kapot en het feest is achter de rug. Ik herinner mij de verveling van iedere terugrit, keer op keer.
Ik ben ook in zijn geheel geen fan van de bergcultuur. Misschien dat de authentieke bergcultuur éénmaal in je leven eens te pruimen is, maar de kitcherige skichaletten, de smützige dorpjes en de sneeuwpap in de straten laten mij onberoerd. En zwijg mij van de geur van racletten.
Om nog maar te zwijgen van de mensen ter plaatse. De mix van – zoals steeds – lawaai makende Hollanders, hautaine Fransen en zatte Russen doet mij verlangen naar het eenzame kloosterleven. Mensen die slechts een paar uurtjes op de piste staan en die grotendeels vullen met zonnekloppen en pinten heisen. En dan zwijg ik voorlopig van de types die vooral op wintersport gaan om te feesten in zweterige biergrotten.
Aan dit alles heb ik een hartsgrondige hekel. En toch ga ik. Ik kruip vroeg in bed, spendeer geen avonden in lokale zuiphutten, laat staan feestkelders. Ik drink geen pinten op de piste en probeer niet teveel lawaai te maken. Ik ga met de intentie om zoveel mogelijk op de piste te staan. Van zodra de liften open zijn, tot als je denkt misschien niet meer thuis te geraken.
Want – als ik helemaal eerlijk moet zijn – ik houd ongelofelijk veel van lijnen trekken. Lijnen in de piste. Lijnen naast de piste. Lijnen door het poeder. Trage grote bochten of snelle korte slalom. Kronkels door het landschap, van links naar rechts. Met zuivere lucht rondom je, een prachtig uitzicht en als het wat meezit een overdosis zonlicht. Niets heerlijker dan dat. Ik sta zo graag op mijn plank in de sneeuw.
Dus neem ik het er bij. De kleine duizend kilomter heen en weer terug. De drukte, lawaaiere mensenmix, zuiphutten en kaasfondues. Chill met de mannen. Vroeg gaan slapen en bij het ochtendgloren fris op de piste. Een wijntje en een kaazeke. Goed gezelschap. Doodmoe zijn. Een aan het einde van de dag je lijnen in de berg herbeleven vooraleer je in slaap valt. Wat een zaligheid.
Recent Comments