Monthly Archive for March, 2005

Struikgewas.

Vandaag (01/04/2005) om 18u de lancering. Struikgewas.be

Ik werk dit weekend mijn tekstje verder uit. Het concept dat ik zal toepassen is hier al eens door mij geopperd, maar blijft nog even verborgen. (ik moet nog wat heen en weer mailen met Dominiek om alles fijn te tjoenen)

Dan zie je haar staart.

Gisteren roetsjte ik downhill door de Leuvens’ historische binnenstad. Naamsestraat naar beneden, de bocht afsnijden op de Grote markt, vervolgens een kleine slalom tussen een zwerm Jappanners en daarna vollen bak de winkelwandel van Brusselse door. Boem patat!

Daar eindig ik meestal met een jumpke van de borduur, een illegale doorsteek over het de middenberm en bol ik de Brusselse verder door naar villa terminus, met name onze middeleeuwse patriciërswoning.

Vandaag was er één verschil. Na het jumpke van de borduur en net op het moment dat ik een stuk voetgangerszone omver wil ploeteren met mijn baanbanden, schrik ik me een paard.

beeld 01

Aan mijn rechterzijde, waar normaal één of ander potsierlijk bronzen beeldje hoort te staan, zit een bedelende vrouw. Gisteren blogde ik er nog over en blijkbaar heeft ze besloten mij te achtervolgen.

Na fameus aan mijn rem te hebben getrokken, stond ik stil en keek rond. Dit was geen echte bedelende vrouw, maar een lugubere en bijzonder macabere copie. Bedelend kindje op de arm incluis. Sterk!

Beeld 02

Op mijn terugweg nam ik de digicam mee, want dit moest ik kunnen tonen. Ondertussen was er een groepje grabbelpassers die ook niet aan dit zicht konden weerstaan. (net zoals alle andere voorbijgangers, die niet wist waar ze het hadden, maar op veilige afstand bleven.)

Heerlijk om die twaalf jarige ketten bezig te horen:
- Eik! Dat is kei vies.
- Ge moet daar eens aan voelen, dat is kweenie hoe moef.
- Aja eihk, goor!

Waarop ze haar bijna vermassacreerden en ik de leider nog hoorde formuleren: en jongens, denk nu eens na over wat de boodschap hiervan kan zijn.

Beeld 03

Ik ben er alleszins even niet goed van. Ik zal morgen nog eens gaan kijken en mij vooral richten op de reacties van de voorbijgangers. Subliem. In mijn ogen is dit alvast het betere beeldend werk.

@ Renegade: Ik peins dat de dees iets moeilijker is om door een mercedes te worden opgepikt.

Mensen.

Mensen die ik nog niet kende, maar zeker de moeite zijn:

none.be
robke.be
blanko.be
rob-ot.be
wimblog.be
kladblog.be
gigadesign.be

Mensen die ik al wel kende en die nog steeds de moeite zijn:

percept.be
7seconden.be

Mensen die dingen doen met een vernieuwde lay-out, waardoor ik bij bovenstaande mensen terecht ben gekomen:

wpthemes.info
alexking.org

Vragen.

Ik heb een nieuwe categorie toegevoegd, voor anderssoortige berichten. Ze heet ‘vragen’ en dient om dagdagelijkse vragen in te postuleren. Misschien weet u wel het antwoord.

Waarom roepen begeleiders altijd tegen jongeren in groep?

Als ik een scouts-, chiro- of andere groep met kinderen/jongeren/tieners zich in het publiek zie vertonen, dan valt mij één ding steeds op. Zo goed als altijd roepen de begeleiders tegen de groepsleden.

Gisteren zag ik een scoutsgroep in de winkel en het was weer prijs. Roepen die handel! Daarom niet boos, maar blijkbaar om verstaanbaarheidsredenen gemakshalve de stem verheffen.

“WIE WIL ER VANAVOND PIZZA EN WIE LASAGNA!? STEEK UW HAND OMHOOG. STEEK JULLIE HANDEN OMHOOG HEB IK GEZEGD. STEEK UW HAND NU OMHOOG!”

Leuk

Ook als je een bende prutskens hand in hand naar het zwembad ziet waggelen, dan hoor je de juf vaak stressen: “Allez kindjes. Aansluiten! Jefke aansluiten, we steken nu over! Niet achterblijven heb ik gezegd!”

Ik vraag mij dan ook af: Waarom roepen begeleiders altijd tegen jongeren in groep? Luisteren die belhamels anders niet? Kennen deze begeleiders misschien geen andere technieken? Zijn de groepen te groot om normaal tegen te spreken? Is roepen dan zoveel leuker?

Zelf heb ik tonnen ervaring met allerhande kinderen en tieners in alle soorten en maten van groepen. Ik probeer het roepen te beperken, want dat is vermoeiender dan gewoon praten en waarom zou je je nog extra vermoeien.

Weerbarstig

Soms durf ik wel eens te roepen en dan doe ik dat omdat het leuk kan zijn. Een beetje de militair spelen, maar dat is dan bij obstructieve twaalfjarige geweldadige en weerbarstige jongens, die het spelletje met alle plezier mee spelen.

Roepen dus… Ik zie het nut er niet van in. Boos worden nog minder en ontgoocheld kijken is al even erg. Aan de scoutsleider met het groene Sjaaltje die gisteren tegen zijn groep aan het roepen was:

Probeer de volgende keer uw groep te verzamelen. Begin pas te spreken als iedereen bij u staat en zij teut houdt. Leg daarna kort en bondig uw verhaal uit en vraag of iedereeen het begrepen heeft.

Tik

En als er dan nog vervelende rukkers zijn die niet willen luisteren, bespaar uzelf het geroep. Deel links en rechts eens een stevige tik uit en het resultaat zal snel voelbaar zijn. Pets! “En nie bleiten hé schijtzak.” Sis je dan stilletjes.

Wat zeiden ze bij ons op de scouts ook al waar? Een stevige linker! In de zijkant net onder de ribben. Maar dat zijn dan ook wel mijn pedagogische opvoedmodellen, die mogelijks niet iedereen aanhangig is.

Winkel II.

Ik ben net terug van de winkel. Toch naar de Aldi geweest. De bedelaarster zat er opnieuw. Ik heb eens goed naar haar gekeken. Ze keek terug en glimlachte naar mij. Ik keek haar aan en glimlachte terug.

Het enkele kleingeld uit mijn jaszak heeft ze gekregen. Als ik dingen mag kopen, dan mag zij dat ook. Ze zei dankuwel dankuwel en lachte vriendelijk. Ik keek naar haar, maar zei niets.

Toen ik terug buiten kwam en de Aldi bijna gesloten werd, was ze al weg. Terug naar huis, naar haar familie of kweetnietwaar. Ik weet niet waar ze woont.

Ik dacht stilletjes dankuwel bij mezelf, want haar glimlach heeft me opgefleurd. Wie weet zit ze er de volgende keer opnieuw. Zou ze mij tegen dan vergeten zijn.

Winkel.

Ik ben daarstraks naar de winkel geweest. De Lidl, want bij de Aldi zit er altijd een vrouwlijke bedelaar.

Bedelaar

Ik vind die bedelaar niet leuk, met haar gewee-klaag. Ik vraag mij altijd af of zij recht heeft om daar te zitten bedelen en zoja wat er dan schort aan onze sociale zekerheid. In België kan je toch niet arm zijn!?

Ik zoek eigenlijk vooral een excuus omdat ik haar geen geld wil geven, want dan heb ik er minder. En ik vind natuurlijk van mezelf dat ik steevast te weinig geld heb. Want ik wil nog zoveel dingen hebben hebben hebben.

Zo meteen ga ik toch terug naar de Aldi, want bij de Lidl hadden ze geen lekkere sneetjes-kaas en ik voel mij tout court meer op mijn gemak bij de aldi. (Soms ga ik ook naar Colruyt of Delhaize.)

Stink

Ik moet gewoon even voorbij die bedelaarster aan de Aldi geraken en daarna moet ik er niet meer aan denken. Bij het buitenkomen even mijn neus dichtknijpen en dan ben ik weer weg.

Naar mijn mooie huis, mijn mooie vrienden en mijn mooie leven. Bij mij is bijna alles mooi en iedereen ruikt fris. Geweldig toch! Maar als ik die lekkere sneetjeskaas wil, dan moet ik voorbij de bedelaarster. De trut!

Mogelijks ga ik gewoon niet naar de Aldi, maar meteen naar de Delhaize. ‘T is daar iets duurder, maar er zit tenminste niemand voor de deur. En ik kan dat toch betalen.

Brief

Misschien schrijf ik morgen wel een brief naar de directeur van Aldi. Dat ze die godverdamse bedelaar daar moeten weghalen, want ze verpest mijn koop-ervaring. Eens zien of het werkt.


(Mensen die het cynisme niet eigen zijn, mogen zich onthouden van de comments. Het zou er hoogstwaarschijnlijk toch naast zijn.)

DSBlog.

De standaard blijft bloggen. Ik ga geen eindeloze reclame maken voor deze krant en haar website, maar dit kan er nog best bij.

Hier vind je al een tijdje enkele nieuwe bloglinks van de Standaard, waar ze zwaar aan het uitbreiden zijn op multimediaal vlak. (zie vandaag ook WebTV)

Taalblog

Op zich geen groot nieuw, aangezien er op het eerste zicht niets wereldschokkends gebeurde. Toch is er ééntje die er met kont en schouders bovenuit steekt: de taalblog!

Zoals bij alle métiers ben ik van mening dat je de regels van de kunst onder de vingers moet hebben, om ze later aan je laars te lappen en het boeltje te verbasteren. Zo ook voor taal.

De taalblog geeft interessante tips die je in de papieren versie van de krant over het hoofd zou zien. Het maatschappelijke belang van zulk een blog illustreer ik aan de hand van volgend relevant voorbeeld.

Ontbijttafel

Zaterdagochtend zit Pietel aan de Antwerpse ontbijttafel van zijn schone deerne. Beide slagen ze hun dosis koffie achterover en de dame bladert ter verstrooing door de flair.

Eens bij de zelftest aangekomen willen ze beide meedoen. Pietel krijgt bij zijn antwoorden een vakske getekend, de juffrouw een bolleke, zodat de puntentelling achteraf klare wijn schenkt.

Bij klaarlichte hemel struikelen zij over vraag 3, waar een ‘geen/niet’ ontkenning wordt gebruikt, zoals in bijvoorbeeld: ‘ik hou niet van autorijden.’

Bevestigend

Daarin schuilt het gevaar dat er verwarring mogelijk is tussen het moeten antwoorden met antwoordmogelijkheid ‘ja’ (bevestigend) of ‘neen’ (ontkennend), eens de vraag uitgebreider of ingewikkelder wordt.

Antwoord je: ‘Ja, ik hou niet van autorijden.’ of ‘Ik houd niet van autorijden, neen.’ Pietel wist dat een negatie in het antwoord, de negatie in de vraagstelling kan opheffen, waardoor de zaak verheldert werd, maar toch was de verwarring gezaaid.

Na enig redeneerwerk waren ze er uit en omdat Pietel en de vriendin elkaar zo graag zien, had dit geen reden tot onvree kunnen zijn. Bij andere flair-lezende koppels in Vlaanderen met minder overeenstemming, had dit wel eens tot een laaiend zaterdagochtend-discussie kunnen leiden!

Dubbele ontkenning

Daarom raad ik de voltallige flair-redactie aan, om bijvoorbeeld deze bijdrage van de taalblog te lezen, mbt de dubbele ontkenning.

Enig academisch basiswerk over methoden en technieken in het sociaal wetenschappelijke onderzoek, had hen ook geleerd dat een negatief geformuleerde vraag tot verwarring bij de geïnterviewde kan leiden en best wordt vermeden.

Zo kunnen in de toekomst ook interrelationele betwistingen aan de Vlaamse ontbijttafel vermeden worden. Bij anderen natuurlijk, want wij hebben daar vanzelfsprekenderwijs geen last van.

Doen

Uit de test bleek overigens dat wij beide goede beslissers waren (zijn). Waarop Pietel aan zijn schoonheid vroeg: ‘Wat gaan we doen vandaag?’ En zij antwoordde ‘Ik weet het niet.’
Hij: “Ik ook niet”
Zij: “Laten we dat dan maar doen.”

Gevonden.

imac

Op mijn weg uit Gent heb ik gisteren een mooie ontdekking gedaan. In een laadbak van een camion lag er een oude Imac. Jeweetwel, zo’n kleine groene van de eerste generatie.

Wie zo’n ding weg gooit is mij een raadsel, maar omwille van zijn design en mogelijke toekomst als planten- of lichtbak, wilde ik er wel ééntje hebben. Hopla onder de arm ermee en meteen ook toetsenbord en muis meegescharreld.

Thuisgekomen in het stopcontact bleek dat ie het wonderwel nog deed. Mac OS9 met alles er op en er aan. Zelfs 64Mb geheugen! Mijn uitéénvijs plannen worden ondertussen nog even uitgesteld. Ik wil maar al te graag weten of ik het beestje tot OS X kan pushen.

Nu heb ik dus ook een Mac en ben ik een echte Maccer met mijn PietelMac. Volwaardig? Waarschijnlijk niet als je de MAc-O-Freaks mag geloven. Maar ik doe toch lekker alsof.

Mijn eigenste Imac dus. Als ze later in de designboekjes verwijzen naar deze eerste vlaag van computer-uitrichting, dan kan ik zeggen: den bompi heeft er ook nog zo ééne gehad. Waarop ik promt in slaap val en mijn broek incontinenteer.

Conclusie.

Conclusie van het weekend: Antwerpen is bijlange zo groot niet. Je kan het ganse stad bewandelen in twee en halve uren. Brussel is bij nader inzien de enige stad in België.

Ik stel mij sindsdien keer op keer dezelfde vraag: Als Antwerpen zo groot niet is, waar blijven ze al die Antwerpenaren dan steken?

Vergeteligheid.

Bank :: De banken zijn dicht vandaag. Ik hoorde het net op de radio. Ze sluiten tot en met maandag. Daarstraks stond ik voor de bank in het dorp waar mijn domicilie ligt.

Slikken :: Ik had er deze week mijn kaart laten inslikken uit pure vergeteligheid en wilde ze gaan heropeisen. Niet dus, wegens fermé die bank.

L&H :: Electronisch bankieren en self-banken gaat wel, wist de vriendelijke man op de radio me nog te melden. Daar ben ik schapenvet mee zonder bankkaart of zouden die systemen al werken op irisherkenning en L&H spraaktechnologie?

Vergeten :: Eerder deze week was ik mijn kaart al bijna eens vergeten. Net zoals ik een belangrijke verjaardag ben vergeten. Of hoe zeg je dat eufemenisch? Ik heb er pas later aan gedacht. Te laat dus.

Denken :: Het is dus de maand maart van de vergeteligheid. Niet opzettelijk, maar als ik ergens aan denk dan zeg ik tegen mezelf: ik zal daar respectievelijk straks, morgen of volgende week nog eens aan denken, wat dan natuurlijk niet gebeurt.

Antwoord :: Als ik volgende week niet meer bereikbaar ben per gsm, dan ben ik hem ergens kwijt gespeeld. Als ik geen mails beantwoord, ben ik mijn gebruikersnaam vergeten.

Karton :: Als ik aan uw deur sta voor geld te lenen, is mijn bankkaart weer ingeslikt en als ik ergens in een kartonnen doos lig te slapen, heb ik mijn huis niet meer gevonden.

Ongeluk :: Zelf heb ik het er niet moeilijk mee. Vergeteligheid is een lichte staat van bestaan, die ter afwisseling weleens zijn voordelen biedt. Toch mag het spelleke niet te lang meer duren, want ooit moeten er wel ongelukken van komen.

Pil ::Prijs de Heer dat ik bijvoorbeeld geen vrouw ben en mijn pil niet kan vergeten slikken. Van ongelukskes gesproken, het zou er één van kaliber zijn. “Sjoeke ik moet u iets vertellen, maar niet boes zijn hé.”

Update: Moeder :: Mailtje van ons moeder met de boodschap: “Leuk en vergeet vooral niet wie uw moeder is.” Hierbij beloof ik dan ook plechtig: moeder ik zal u niet vergeten en zondag thuis pasen komen vieren. Weliswaar 1 uur te laat, want tegen dan ben ik vergeten dat we dit weekend naar het zomer-uur gaan.