Vleeseter.

Ik eet vlees. Heel graag zelfs. En zonder scrupules. Een stuk vlees is een deel van een dier dat daarvoor is gekweekt en werd gedood. Ik besef dat en heb er geen problemen mee. En eet dieren op. Specifieke stukken toch. Koeien, lammetjes, kalveren, gemalen varkens, eenden, bambi’s, kippen, kalkoenen, de lever van ganzen en zelf al eens een dood paard. In de pan gebakken, in de oven gesmoord of sissend op de barbecue grill. Hmmm… Smakelijk.

Ik lees de krant. Dagelijks. Dus kan ik de feiten niet ontkennen. Wij Belgen zijn zelf een vet lapje vlees geworden. Ons BMI piekt van overgewicht tot obesitas. De sociale zekerheid kreunt onder ons gewicht. Iedereen diabeet! Onze bloedvaten zitten vol cholesterol en ons hart pompt zich kapot. We zouden gemakkelijk langer en gezonder kunnen leven. Hart- en vaatziekten zijn maatschappelijk geïntegreerde moordenaars die bij u aan tafel schuiven. Bon appétit.

Ik lees de krant. Ook de moeilijke stukken. Vlees produceren vraagt veel grondstoffen. Een energie inefficiënt proces. Dieren vragen krachtvoeder, landbouwgrond met gewassen die geen mensenmonden voeden. Een groot deel van de wereld lijdt honger. Kinderen sterven er door. Omdat wij zo veel vlees eten, lijden andere mensen honger. Ontken het niet. En binnenkort zijn we met acht miljard.

En dan zwijg ik over die koeiescheten die mee het broeikas effect aanzwengelen. Ik moet niet flauw doen, ik verplaats mij vaker per vliegtuig dan met De Lijn. Maar (rood) vlees eten doe ik een pak minder, louter uit egoïsme. Hoezeer ik ook van een stuk koe of een moot varken kan genieten, het gaat ten koste van mijn gezondheid. Ik wil langer en langer gezond leven. En hoe minder rood vlees ik eet, des te fitter ik me voel. Eén steak per maand. En verder gevogelte en vis. Want ik ben geen konijn.

We vinden vlees lekker. We kunnen het ons als maatschappij veroorloven. Je kan in iedere brasserie een perfecte steak van 300g krijgen. Of een schotel delicieus stoofvlees. De bomma maakt op zondag rosbief en maandag halen we een martino bij de slager. (Rood) Vlees in overschot en de alternatieven zijn vaak een pak minder aantrekkelijk. Een keuze die er geen is.

Minder vlees eten zou beter zijn. Voor onze eigen gezondheid, voor de gezondheid van mensen honger lijden en opdat er minder koeiescheten in de atmosfeer worden geschoten. De gezondheid van de Belg of Vlaming zou er spectaculair door verbeteren. Meer dan om het even welke Start 2 Run campagne, stoppen met roken actie of preventie om alcohol achter het stuur tegen te gaan. Enkel kanker kan als massamoordenaar concurreren met hart- en vaatziekten. Waarom is Levenslijn er ooit mee gestopt?

En dan word ik kwaad. Mijn eigen rundskop kleurt rood, telkens ik op de openbare omroep, op de grootste zender in prime time reclame van de VLAM moet aanzien. Reclame waarin varkensvlees van bij ons wordt gepromoot. Waarin koevlees wordt aanbevolen, “maar zeg onze pa niet dat ik af en toe ook een slaatje eet.” Campagnes om een volk (rood) vlees te doen eten. De volksgezondheid naar de kloten helpen met overheidsgeld, Vlaams, Belgisch of Europees. (ik weet dat de vrienden bij VRT hier geen zeg over hebben)

Je gaat er je ‘brede partij’ niet populair maken in De Vlaanders als je deze boodschap predikt. Ze komen met de riek achter u aan en met de mestkar tot in Brussel. Durf onze landbouwers hun subsidies niet af te nemen. En toch moeten we er iets aan doen. Wij door een keuze te maken en wilskracht te tonen. Een populair partijvoorzitter en burgemeester, heeft getoond dat het kan.

Maar politici moeten lef tonen. En visie. Besteed de reclamemiddelen van de VLAM en subsidies aan veehouders om landbouwers hun bedrijf te laten omvormen. (de ‘schatjes van patatjes‘ mogen blijven) Produceer plantaardig en biologisch. Want waarom laat je mensen sporten, verbied je reclame op alcohol en leg je tabak aan banden, als je daarna mensen overtuigt zich dood te vreten? La grande bouffe.

Ik lees de krant. U luistert naar het nieuws. Politici luisteren naar hun kiezers. En u uit uw stem, iedere keer u in de supermarkt staat of een hoofdschotel op restaurant bestelt. Probeer het eens: quasi geen rood vlees meer. U gaat zich beter voelen. En minder rap sterven. Nu nog die verrekte campagnes van de VLAM voor koe- en varkensvlees van de buis halen. Politici, luistert u?

Aanvulling: lees de reactie onderin van Sofie van VLAM. Deze campagne wordt niet gefinancierd met publieke middellen.

Care.

Telenet beweert dat ze het niet hadden verwacht. Dat hun vaste klanten misnoegd zouden zijn – én dat massaal zouden uiten – over een wervingsactie waarbij nieuwe Telenet klanten een iPad krijgen voor 1€. Die trouwe klanten die al jarenlang braaf hun hoge factuur betalen, zonder enige vorm van appreciatie of loyauteitsbonus. Vreemd dat ze misnoegd zijn, toch? Ze kregen recent nog een gratis film!? (toen hun netwerk een halve zondag plat lag)

Terwijl Telenet deze frustratie bij haar klanten zeer goed kent. Ieder merk dat regelmatig klanten rekruteert via ‘uitzonderlijke’ promoties of straffe cadeau’s krijgt deze verzuchtingen dagelijks te horen. Zeker in telco. Merken investeren veel geld om de impact van hun acties op het merk te meten, van ‘brand trackers’ tot ‘online listening tools’. Merken horen alles. De verbazing was vermoedelijk eerder dat zoveel mensen zich collectief lieten horen op sociale media. Met risico op een negatieve impact op het merkimago en de uiteindelijeke verkoop.

Telenet zegt verbaasd te zijn.
Liegen ze tegen hun klanten of tegen zichzelf?

Tot september 2008 was ‘storytelling’ de norm voor veel merken: een verhaal met emotie. Aangevuld met promotionele wervingsacties om mensen over de streep te trekken. Om hen te doen veranderen. Of het nu telecommunicatie, energie of bankieren is: je moet prospecten aantrekken en binnenhalen. Na jaren van ‘budget cuts’ en korte termijn doelstellingen blijft alleen dat laatste over: permanente promoties zonder verhaal. Waar consumenten even gretig aan meedoen, om zelf hun voordeel uit te halen.

En dan wordt plotseling de economische werkelijkheid zeer duidelijk: het merendeel van de grote bedrijven geeft niet om haar klanten. Klanten zijn er voor een bedrijf, niet omgekeerd. In tegenstelling tot wat ze u voordien via reclame wilden doen geloven. Wij hebben het voor u? Wij hebben vooral uw centen. Net zoals als ‘customer care’ geen oprechte zorg is, maar een noodzakelijke uitgave. Ieder merk berekent hoeveel ze moeten investeren om een klant aan te trekken, net zo goed als ze becijferen wat ze zich kunnen permitteren vooraleer een klant losscheurt. En geen euro meer.

Grote bedrijven worden aangestuurd door een raad van bestuur die denkt in het belang van de aandeelhouders. Voor het bestuur telt vaak enkel het cijfer rechtsonder de spreadsheet: winst. Of wenst u geen mooi rendement op uw pensioenspaarplan of uw levensverzekering, die ieder diverse aandelen bundelen? Sinds september 2008 werken we in functie van korte termijn resultaten binnen een korte termijn visie. De keuze om te investeren in het aantrekken van nieuwe klanten of behouden van bestaande klanten? U mag één keer raden.

Vandaag moet iedere geïnvesteerde euro leiden naar een meetbaar resultaat in verkoop op korte termijn

En welke keuze heeft u als consument? Van Telenet overstappen naar Belgacom? Aan de basis zijn er maar twee aanbieders van vast internet en digitale televisie in Vlaanderen: ofwel komt je signaal binnen via de vroegere telefoonverbinding van Belgacom ofwel via de vroegere TV kabel van Telenet. Een feitelijk duopolie. Aangevuld met een paar virtuele aanbieders op het Belgacom netwerk. En laat ons duidelijk zijn: de internet en televisie diensten van Telenet zijn van zeer goede kwaliteit. Ik ben ook klant. Hun innovaties zoals Yelo TV, Homespots of Tring houden je binnen het Telenet universum. Op dat vlak is Telenet een voorloper. In het land der blinden.

Het aanbod met een iPad aan 1€ is makkelijk te legitimeren door beide partijen. Het kost een bedrijf veel geld om een nieuwe klant binnen te halen. In plaats van te investeren in mooie reclame, kan je net zo goed een deel van dit bedrag rechtstreeks als klantvoordeel uitkeren. En wij laten ons als klant daardoor verleiden. Het werkt. Hoewel we weten dat we die iPad of iPhone terugbetalen nog voor de contractduur is afgelopen. En als vaste klant betaal je op lange termijn zelfs meerdere iPads aan het bedrijf, door braaf je factuur te betalen. En daar wringt het schoentje.

Het is niet leuk te beseffen dat je gemolken wordt.

We houden van de authenticiteit van onze lokale bakker, slager en vishandelaar maar shoppen goedkoper bij de supermarkt. Brussels Airlines is onze nationale trots, maar we laten ons met plezier als vee behandelen in Charleroi om met Ryanair goedkoper te vliegen. Of het boordpersoneel een correct loon uitbetaald krijgt interesseerd ons niet. We gaan op zaterdag naar de winkelstraat, om daarna online hetzelfde goedkoper te bestellen. Gratis geleverd op maandag, handig toch? Wij de consument zijn toch de slimmeriken die bedrijven dwingen hun prijzen te verlagen!? We vergelijken tot we erbij neervallen. Fuck de klantrelatie, tenzij die gamified is.

En als we een iPad aan 1€ kunnen krijgen, dan zien we daar een sterk korte termijn voordeel in. Want op lange termijn betaal je dat dubbel en dik terug via een te hoge factuur. Tenzij je blijft hoppen van aanbieder naar aanbieder, maar dat kost nog meer energie. Dus kunnen consumenten en merken elkaar exact hetzelfde verwijten: opportunisme en ontrouw. We maken ieder onze beslissingen met een korte termijn voordeel in het vooruitzicht. Het is crisis nietwaar? En in plaats van de dromen van een remonte, kunnen we beter kijken naar wat voor eens en altijd is veranderd.

Promoties om klanten te werven zullen altijd bestaan. Ze werken voor beide partijen binnen de transactie. Maar zonder groter verhaal wordt de economische werkelijkheid pijnlijk zichtbaar, zodra je een laagje promotekst wegkrast. En daar wordt niemand vrolijk van. Communicatie mensen als ik vertellen graag een mooi verhaal. Een goed product, met een sterk verhaal en een mooie verkoopsactie, dat is de heilige drievuldigheid. Een goed product of dienst is al lang geen evidentie meer. Het verhaal blijft meestal achterwege. En dan proberen we mensen aan te trekken met iPads aan 1€. En het ergste is: het werkt. Of toch eventjes.

Geef om je product en je klant

En ondertussen sukkelen we verder. En kan ik alleen maar pleiten voor een lange termijn visie, met investeringen en opbrengsten over een langere periode. Voor sterke verhalen en mooie acties, waar zowel bedrijven als consumenten hun voordeel mee doen. Voor lange termijn relaties tussen merken en mensen. En vooral voor innovatie in goede producten en diensten. Want communicatie kan een slecht product niet goed maken. En dat alles vertrekt idealiter van een oprechte bekommernis van een bedrijf voor zijn klanten. tezamen met een gezonde financiële opbrengst. Geef oprecht om je klant. Want met wat crisis PR, conversation management en authentieke communicatie ga je niemand overtuigen. En waarschijnlijk herinvesteert Telenet binnenkort in haar customer loyalty en delight programma om trouwe klanten te belonen. Hopelijk doen ze dit om de juiste redenen. En anders hebt u dat toch maar gehad.

(aja, ik werk ook voor grote bedrijven genre telecom, banking en al de rest. Dus ik ben mede verantwoordelijk voor dit soort acties en werk mee aan dit soort denken. Maar ik zou er graag iets aan veranderen.)

Welwel.

In ons gezin draagt de helft van de leden niet bij aan welvaartscreatie. Ze zitten nog in de kleuterklas. Volgens de laatste cijfers doet die andere 50% het niet zo slecht: zowel mijn vrouw als ik hebben een voltijdse job in een commerciële onderneming. We behoren tot die één op drie Belgen die voor welvaart zorgt. We betalen de lonen van ambtenaren en mensen die niet werken. Ze moesten zich schamen!

Is dat zo? Iedere euro van mijn belastinggeld die naar de juffen en meesters van mijn kinderen gaat, vind ik goed besteed. Ik vertrouw hen het meest waardevolle uit ons leven toe: onze kinderen. De impact van onderwijzend personeel op welzijn en uiteindelijk welvaart lijkt mij voldoende bewezen. Onderwijs creëert kansen. En toch moeten leerkrachten zich schuldig voelen omdat ik hun loon betaal?

We klagen graag over het grote aandeel van de jobs die direct of indirect door de gemeenschap worden gefinancierd. Nochtans heeft u uw zeg over de lonen die de overheid uitbetaalt. Vind je onderwijs belangrijk, wil je een betere gezondheidszorg of zie je graag meer blauw in het straatbeeld? Of wil je net minder dienstverlening vanuit de overheid? Je stemt op die politici die jouw waarden en belangen verdedigen. Als veel mensen dezelfde mening zijn toegedaan weegt u op het beleid van politici.

Zelf werk in de communicatie sector. Een deel van mijn job is reclame maken. Een tijdje geleden las ik een studie, die aantoonde dat het maatschappelijk effect van een verpleegster het hoogste is. En dat de maatschappelijke impact van een creatief directeur in een reclamebureau negatief is. Nochtans heeft die laatste een hoger loon en minder belastende job.

Ik verdiende om mijn dertigste in ‘de privé’ vlotjes meer dan mijn moeder op haar zestigste bij een social profit organisatie. Zij had een carrière van 40 jaar, waarvan de helft als leidinggevende. Ze was verantwoordelijk voor een organisatie met honderd medewerkers, diverse vestigingen en tal van vrijwilligers. Ze klopte zo’n 70 à 80 uur per week. Terwijl ik met mijn Duitse dieselwagen vrolijk uw luchtkwaliteit verontreinig in de fille. En daar heeft u geen commentaar op?

Nochtans betaalt u ook mijn loon. En daarover heeft u geen zeg. En u vindt dat normaal. Alle consumenten samen financieren de bedrijven. Iedere keer u boodschappen doet, dat u de gsm factuur betaalt of als de maandelijkse aflossing van uw hypothecair krediet van de rekening gaat. Telkens gaat er een deel naar de marketing en communicatie van het bedrijf. En zij betalen uiteindelijk mijn loon. En ik heb u daar nooit over horen klagen. U zou dat beter wel doen.

Op mijn beurt draag ik via belastingen bij aan het loon van kleuterjuffen, politie agenten en medisch personeel. Mensen die instaan voor publieke dienstverlening. Zo is de cirkel rond. We betalen allemaal elkaars loon. Ik het uwe en u het mijne. Maar wie levert de grootste bijdrage aan de welvaart? En levert die ook een bijdrage aan het welzijn? Ik durf niet zeggen dat ik beter ben dan u.

Cijfers worden gebruikt om mensen tegen elkaar op te zetten. Werkenden versus werklozen. De actieve beroepsbevolking tegen inactieven. Mensen met kinderen tegen mensen zonder kinderen. Mensen die werken voor een onderneming ten opzichte van job in de publieke sector. Maar misschien moet de 1/3 waartoe ik behoor zich niet te hard op de borst kloppen.

Ik denk dat we er alleen zullen komen door samen te werken. Welvaart en welzijn. Er is nog veel werk voor de boeg. Hard werk. Dus laat ons er aan beginnen. En vergeet niet danku te zeggen tegen de leerkracht van uw kinderen. Ze genieten van een welverdiend weekje verlof. Maar maandag staan ze er weer, om uw luidruchtig en hyperactief gespuis wat verstand bij te brengen. Terwijl u rustig kan gaan werken.

Dexia.

Ik begrijp het niet. Waarom betalen Belgische belastingbetalers voor Dexia? Legt het mij alsjeblieft uit. Ik leg u uit wat ik er van weet en wat ik snap. Vul alsjeblieft aan.

Ik heb begrepen dat de oude Dexia bank verdeeld is over enerzijds een nieuwe veilige consumentenbank Belfius. Daar zit spaargeld van burgers in en mensen en bedrijven kunnen daar geld lenen. Er is daarnaast een ‘bad bank’ Dexia, die tal van investeringskredieten heeft lopen bij overheden wereldwijd. Kredieten met een groot risico, kijk naar het failliet van Detroit en de kredieten aan Italië en Spanje.

De Belgische overheid staat sinds de crash voor tientallen miljarden euro’s garant voor Dexia, tezamen met de Franse overheid. Hier is de Belgische burger nooit wat over gevraagd. Daar waar de rol van België beperkt zou zijn, nemen we een disproportioneel groot aandeel van de garantie voor onze rekening. Alle meningen zijn het er over eens dat België zich door Frankrijk heeft laten naaien. Waarom?

Als Dexia verlies maakt, compenseert de Belgische belastingbetaler dat vandaag. U en ik. We hebben dat de afgelopen jaren gedaan, zonder het goed te beseffen. In plaats van te (be)sparen, wordt ons geld gebruikt om slecht bancair management te compenseren. Geen tegenslag door de crisis, maar blind risicogedrag. Als Dexia failliet gaat betalen we allemaal een extra huis af, aan verhoogde overheidsschuld. Onze collectieve schuld als Belgische bevolking. Ongewild en ongevraagd. Waarom?

Ik was geen klant van Dexia. Ik heb geen investeringen op de beurs, ik betaal enkel de schulden van mijn eigen huis af. Ik ben een goede huisvader met mijn geld. Ik kon het bestuur van Dexia niet verkiezen. En de huidige federale overheid heeft zonder mij te consulteren, ons gezamelijk borg gesteld voor Dexia, ter waarde van miljarden. Zonder goede uitleg. Waarom? Ik was het daar van bij het begin niet mee eens en heb dat duidelijk gezegd.

Ondertussen zijn er meer belastingen gekomen en pieken de belastingen op arbeid hoger dan in om het even welk Europees land. De kwaliteit van de dienstverlening vanuit de overheid, ligt in vergelijking met de Scandinavische landen aanzienlijk lager. In alle stilte, betalen wij de rekening. Politici proberen met weinig ruchtbaarheid alle nieuws over Dexia te laten passeren. Sussende berichten die onze vragen moeten stillen. Nooit een duidelijke uitleg. Een antwoord op de vraag: waarom?

Ik snap het niet: waarom staan wij voor miljarden euro’s garant voor Dexia? Als Dexia failliet gaat, wat dan? Blijkt dat het overgrote merendeel van de kredieten aan het buitenland zijn gegeven door buitenlandse investeerders. Welke link is er met de Belgische staat en bevolking? Waarom kan Detroit failliet gaan en niet Dexia? Welk risico lopen we? Waarom kiezen onze verkozen politici hier niet voor?

Ik snap het niet. Ik ben geen econoom, geen bankier en geen politicus. Maar ik ben niet dom: leg het mij alstublieft uit. Want ik betaal vandaag met u de rekening. Ik heb hier van bij het begin tegen geprotesteerd en zal dit blijven doen. Ik wens niet garant te staan of te moeten betalen voor Dexia. Net zomin als de IJslanders hebben betaald bij het failliet van de IJslandse banken.

Ik zeg neen tegen Dexia en kijk uit naar welke politieke partij in haar programma naar 2014 neen durft zeggen.

Wiskunde.

Het stond in de krant. Een masterstudent vergeleek in zijn scriptie de resultaten van studenten in het regulier middelbaar onderwijs versus die van studenten in Steinerscholen. En die laatste groep scoort lager. Zegt de masterstudent. Of de journalist. Want – zo gaat het verhaal verder – de leerlingen in het Steineronderwijs scoren lager op wiskunde. Dus is de opleiding minder goed. En – werd stellig beweerd – ouders moeten goed op de hoogte zijn dat hun kinderen minder makkelijk voortstuderen als ingenieur wanneer ze Steineronderwijs hebben gelopen.

De Steinerscholen zouden ook leerlingen met leerstoornissen aantrekken. Magneten als het ware. En dat is een slechte zaak voor de resultaten. Dat dit misschien eerder wijst op een probleem inzake begeleiding van studenten met leerstoornissen in het reguliere onderwijs, wordt door niemand geopperd. Ergens terzijde werd uitgelegd dat in het Steineronderwijs meer aandacht wordt gegeven aan creativiteit, kunst en cultuur en studenten ook kunnen proeven van houtbewerking en andere métiers. Er werd in het artikel met de vinger gewezen dat ze in Steinerscholen geen punten geven, maar een geschreven evaluatie. Mijn god: een geschreven evaluatie!

Ik heb jammer genoeg geen les gevolgd in een Steiner, Freinet of ander type methodeschool. Zeker op vlak van middelbaar onderwijs is dat van voor mijn tijd. Ik heb mijn broek versleten in een katholiek Leuvens college voor jongens. Zeven lesuren van vijftig minuten, zes jaar lang. Op woensdagen – vier lesuren – en twee uur sport per week na. Een zwemles inclusief omkleden op vijftig minuten, je moet dat eens proberen. De meisjes heb ik nog zien instromen, maar die waren iets te jong om boeiend te zijn. De jaren negentig… Gelukkig haalde ik voldoende plezier uit activiteiten buiten de school. Opnieuw: de jaren negentig.

Ik heb mij doorheen het middelbaar verveeld. Op een fijne selectie boeiende leerkrachten na. Ik mocht geen hout bewerken, wij deden geen dans – enkel wat schooltheater na de uren – en de rol van kunst was een bezoek aan het stedelijk museum. Ik vond wiskunde wel ok, maar dat abstracte gedoe, dat moesten zij mij toch iets langer uitleggen. De redenering boeide mij meer dan de cijfers onderaan de berekening. Dat vond ik slecht een detail. Ik studeerde zelfstandig het minimum noodzakelijke om van een zomervakantie te kunnen genieten. Toen kon je nog niet zeggen dat je laag scoorde omdat je hoogbegaafd was, anders had ik dat zeker gedaan. Ik ben van zes naar vier uren wiskunde gezakt en moest daar – naast talen – bijgod wetenschappen bij nemen. Want humane wetenschappen, daar lever je geen kandidaat ingenieurs mee af. In mijn ervaring was het aantal uren wiskunde in een studierichting recht evenredig met de kwaliteiten van de wiskunde leerkracht. Mensen met talent werden beter gemaakt. Studenten die nét nood hadden aan extra hulp, kregen de uitgerangeerden. Los van de sociale status. IK heb daar enkel onaangename herinneringen aan.

Tot op vandaag vind ik het vreemd dat de belangrijkste zaken in het leven, niet aan bod kwamen op school. School is opleiding en geen opvoeding. Inderdaad, en toch. Ja lipiden en sachariden, maar evenwichtig eten, hoe werkt dat? Hoe zit dat eigenlijk met belastingen en wat is het verschil tussen een bruto en nettoloon? Hoe werkt een bank en wat als je daar ooit gaat aankloppen voor geld als je een huis wil kopen? Wat doet dat met een mens, kinderen krijgen? Hoe zit ons politiek bestel in elkaar? Hoe blijf je geestelijk gezond? Vrouwen, hoe doe je dat? Op geen van deze vragen kreeg ik ooit een antwoord, laat staan dat de vraag werd gesteld. X en Y chromosonen en albino cavia’s. Iets met de Condroz. En dat het gewicht halveert als je aan katrol gebruikt. Denk ik. Het merendeel is ondertussen vervaagd.

Natuurlijk is wiskunde nuttig. Niet alleen voor de gevorderden die met cijfers werken, maar – zo gaat het eeuwige argument – is het goed voor ons abstract denken. Op de basisberekeningen na, heb ik nooit sinussen of cosinussen gebruikt in privé leven of job. Ik heb een sociaal secretariaat, een boekhouder en een vrouw die voor mij alles met cijfers doen. Maar enkele van die uren wiskunde, hadden ze gerust mogen gebruiken om mij uit te leggen welk percentage intrest je betaalt als je met je rekening in het rood gaat. Of welk fiscaal voordeel pensioensparen je jaarlijks oplevert. Hoe sterk de kans toeneemt dat je minder lang leeft als je dagelijks X aantal promilles alcohol en Y gram nicotine rookt. Om nog te zwijgen van houtbewerking, lassen, koken of fietsen maken. Ik durf zelfs ‘creatief denken’ niet tot mij gedachten te laten toetreden.

Wat is dat toch met masterstudenten die hun thesis – exuseer: scriptie – in de pers krijgen? En hoe durf je de kwaliteit van onderwijs beoordelen op de wiskundige prestaties van haar studenten? Ik hoor dagelijks dat creativiteit en innovatie onze economie moeten redden. Creatieve studenten zijn minder goed omdat ze lager scoren op wiskunde? En wat met de mensen die het onderwijs aflevert? In een land waar het zelfmoordcijfer piekt, burn out heerst en mensen verlangen naar pensioen op hun vijftigste kan een brede opleiding met kunst, cultuur en sociale componenten toch geen slechte zaak zijn? En aangezien je als tiener geen idee hebt waar je uitkomt, is het toch boeiend dat je binnen één school zowel in aanraking komt met houtbewerking, Franse poëzie als een gezonde basis wiskunde?

Ik zou graag proberen nieuwe criteria te creëren om onderwijs te beoordelen. Eén: stromen er uit een school jonge mensen die klaar zijn voor verdere studies en de arbeidsmarkt? Twee: stromen er jonge gezonde en weerbare mensen uit die klaar zijn voor het leven, in al zijn facetten? En in alle eerlijkheid: misschien is die tweede vraag een pak belangrijker dan de eerste.

Doof.

Meerdere keren per dag zeg ik het tegen hem. “Kan je alsjeblieft wat luider spreken” Soms roep ik het, in de hoop dat hij mijn volume overneemt. Meestal doe ik de moeite niet meer en grijp ik krampachtig met mijn hand naar mijn oor. Ik maak een schelp rond mijn orgaan en trek een pijnlijke frons. Hij weet onmiddellijk wat ik bedoel.

We hebben te maken met een fluisteraar. Volgens mijn theorie generen zulke mensen zich, als ze luid praten. Ze horen zichzelf en dat lijkt voldoende opdat anderen je horen. Ongeacht het omgevingslawaai van stofzuigers, klokkentorens of het feit dat ze van op lange afstand de andere richting uit spreken. Ze willen vooral geen roeper zijn. Het regelmatig vragen om luider te spreken haalt niets uit. Hun gêne primeert.

Ik heb even getwijfeld. Of het de eerste tekenen van aftakeling waren. Mijn zintuigen stonden scherp. Steeds moeiteloos de hoogste scores van het medisch schoolonderzoek gehaald. Ik hoorde vlotjes biepjes in linker- en rechteroor en stak bijhorende duim op vanachter het glas van de testcabine. En nu hoor ik gelijk niet goed. Stemmen gaan op in omgevingslawaai. Moemelende mensen, in zichzelf sprekers en vooral fluisteraars zijn voor mij onverstaanbaar. Noise.

Het begrip voor mijn vader wordt met het ouder worden steeds groter. Ik voel zijn vermoeidheid als ik opnieuw moet vragen of de jongeling dat kan herhalen en alsjeblieft luider kan spreken. Het selectief gehoor dat aan kwaliteit verliest. Proppen in de oren die een auditieve waas genereren. Of hij die gewoon niet luid genoeg spreekt? Het haalt mij uit mijn concentratie en van mijn werk. Achteloze boodschappen vragen een gefronste blik langsheen mijn scherm. Waarna de jongeman naast het zijne verschijnt en mij een schelp rond mijn oor ziet maken.

Ik ga hem op roepcursus sturen. Een workshop voor fluisteraars met angst voor stemverheffing. Ik laat hem een amfitheater toespreken zonder versterking. Ik stuur hem lopen om zijn longmassa te doen groeien en smeer zijn stembanden met microribbels. Ik kan nu eenmaal niet harder luisteren. Hij zal zijn stem moeten verheffen. Of hij zal niet meer gehoord worden. Want ooit geef ik het op. Zoek ik niet langer naar de energie om te horen en te vragen. Maar voorlopig blijf ik hem toebrullen: LUIDER SPREKEN AUB! En lees ik de gêne van zijn gezicht af.

Mainstream.

Gemarmerd als een surfbabe, zat ze tegenover me. Een meisje, vooraan in haar veertig. “Jij ben zo – hoe zeg je dat – mainstream geworden.” Ze sprak het met verbazing uit. “Burgerlijk, bedoel je?” vroeg ik haar? Ze knikte heftig terwijl ze haar tanden in een Thaïse hap zette.

Telkens ik haar zag, werd ze er een paar jaar jonger op. Ze laat tegenwoordig de haren los en had er zelfs een kleurtje in gezet, lichtjes afgebleekt door de zon. De verkrampte versie van zichzelf zei vroeger altijd “dat ze dan lelijk was” als ik er haar om vroeg. “Ja, zo wonen in de rand, kinderen en al. Burgerlijk.” Ze was er zelf nog steeds verbaasd over.

We leken elkaar te kruisen in tegengestelde richtingen. Zij werd steeds jonger, steeds knapper, sinds ze alles had losgelaten. Haar wereld verloor zijn beperkingen. Geen verplichtingen. Ik was de beloftevolle jongen, die met de jaren steeds minder kon beloven. Nu was ik mainstream. En zij – opnieuw – vrij.

“Oh en ik moet nog kleren gaan kopen en al die andere spulletjes.” Enthousiast over een nieuw begin, zag je een voorzichtige aarzeling om niet opnieuw de oude te worden. Het meisje dat ik altijd in haar had gezien, straalde terwijl ze over haar nieuwe paarden sprak. En met helblauwe ogen gulzig naar buiten keek.

Ik nam afscheid van haar, met een burgerlijk argument dat ik opnieuw aan de slag moest, ofzo. Ik hoestte iets over kinderen, terwijl ik terugdacht aan haar uitspraken over libido. En keek al uit naar de volgende keer dat ze kwam aanwaaien, terwijl haar haren wapperend achter mij verdwenen.

Lege dagen.

Het zijn lege dagen. Gaten tussen grootse evenementen en de leegte die daaruit volgt. Je leeft naar Kerst toe en laat de opeenvolging van feesten en bijeenkomsten over je heen gaan. Een paar dagen die verslenteren en het is oudjaar. Om dan het gat naar het einde van het verlof dicht te rijden.

Te weinig tijd om ergens aan te beginnen. Een dag hier en ééntje daar. Versnipperde momenten die je niet tot één geheel kan samenvoegen. De vrije tijd waar je anders zo reikhalzend naar verlangt, die je verdoet aan weinig grootse gebeurtenissen. Alles passeert.

Het zijn de dagen na nieuwjaar. Twee ochtenden waar ik alleen mag wakker worden. Ontnomen van ieder nut of functie. Geamputeerd van gewoonten en dagindeling. Te kort om er vanaf te kicken, maar lang genoeg om er een vreemd gevoel aan over te houden. En dat besef is er.

Het zijn lege dagen die ik vul met niets. De donkerheid krijgt me niet uit mijn bed, noch in beweging. De wereld staat stil en ik doe mee. Wachtend tot de machinerie weer vertrekt en de tijd voor mij wordt ingevuld, in plaats van omgekeerd. Ik doe niets en laat de alles passeren. De dagen zijn leeg en ik doe mee.

Eind goed.

Je bent pas ergens als je er voor het eerst wakker wordt. Als je op vakantieplaats aankomt, dan ben je er de volgende ochtend pas echt. Want als je ‘s ochtends thuis vertrekt en ‘s avonds elders aankomt, dan voelt het niet bijzonder aan. Je moet er helemaal zijn en dat is pas de volgende ochtend het geval, als je elders wakker wordt.

Daarom ga ik op oudjaar vroeg slapen. Je kan op 31 december om 23u59min50sec van 10 naar 0 aftellen en de eerste seconde, minuut, uur en dag van het nieuwe jaar aanvatten. Toch voelt die seconde weinig verschillend dan de voorgaande. Het is hetzelfde moment waar niets wezenlijk veranderd is. Het is nog steeds dezelfde dag, waar je in het oude jaar in wakker bent geworden.

Ik ga vroeg slapen en sta vroeg op. Bij de eersten wakker worden in een nieuw jaar. Fris uitgeslapen nog wel. En dat terwijl de nachtraven hun bed nog moeten vinden, in een dag die het vorige jaar is aangezet. ‘s Anderendaags, op één januari kan je het vorige jaar achter je laten. Dan leg je het afgelopen jaar ten ruste en kan je met een wit blad opnieuw starten.

Het voelt arbitrair: een nieuw jaar. Er is een uitleg voor, gebaseerd om omwentelingen van de aarde rond de zon en rond haar eigen as. Maar zonder technologische hulp kunnen we dat exacte moment niet ervaren. Op het gevoel zouden we er vlotjes enkele uren naast zitten, waardoor je eerder een lang moment dan een seconde zou vieren. En toch is het dankbaar. Ieder einde bevat de noodzaak aan een nieuw begin.

Het doet deugd iets te kunnen beëindigen en opnieuw te starten. Het is een opsteker voor ons hoofd en die kans krijgen we niet vaak. Helemaal opnieuw beginnen, je kan het met dagen en met jaren en daar hoef je zelfs niet voor te kiezen. De kans om te verwensen en te hopen dat alles beter zal zijn. De ambitie om er iets moois van te maken. Het vooruitzicht dat de dagen het steeds lichter wordt. De idee dat alles beter wordt.

Een nieuw jaar is een nieuwe start. Je kan terugkijken naar mooie herinneringen en de minder mooie zaken een beetje achter je laten. Die zijn nooit helemaal weg, maar er is een eerste stap gezet. Het is een ijkpunt om te beseffen dat de jaren snel voorbij gaan. Want verleden jaar was het ook al een nieuw jaar, dat we toen ook hebben gevierd.

Dat zijn dus mijn wensen, voor u en voor mezelf: het gevoel dat je opnieuw kan starten en de droom van (nog) beter. Goeiemorgen alvast. En welkom in het nieuwe jaar.

Ideologie.

Gemeenteraadsverkiezingen, die zijn knap lastig voor een journalist. Meer dan driehonderd gemeenten in Vlaanderen alleen al, dus over Brussel en Wallonië zwijgen we dan maar. En ach ja, ook verkiezingen voor het provinciebestuur. Lokale verkiezingen: tal van kleine dorpen waar zelfs de inwoners hun politici niet kennen, laat staan dat de rest van kijkend, luisterend of lezend Vlaanderen er interesse in zou hebben.

Waar gaat het het ook over? Verkeer, veiligheid en vuiligheid, zoals Termont “de drie V’s” in klein Pierke beschreef. De gemeenteraad beslist niet over werkgelegenheid, loonkosten en heeft geen invloed op het beleid van de Europese Centrale Bank. En net dat is waar we vandaag mee in de maag zitten: waar gaat het heen met die Eurocrisis, onze jobs en onze centen. Gaat Europa wereldwijd traagjes onderuit? Wat met onze toekomst?

De gemeenteraadsverkiezingen, het gaat nergens over. Ik woon en kies in Antwerpen. De halve natie kijkt naar onze stad terwijl media inzoomen op twee tenoren. Twee politici met nationale bekendheid die de confrontatie aangaan in de grootste stad van Vlaanderen. Vergeet Van Peel, de Ludo en schepen Heylen. Detiège is enkel dochter van en liefhebber van een dierenliefhebber. In welke stad woont De Winter eigenlijk ook al weer? Was dat geen Bruggeling?

Het gaat nergens concreet over. Niet over realisaties zoals het MAS, de werken in de binnenstad of de aangename sfeer die vandaag in de stad heerst. Niemand spreekt over de heraanleg van de Kaaien, het al dan niet autoluw maken van de stad of die gedverdemse ring die nog steeds geen donutvorm heeft. We hebben het goed in Antwerpen. Eigenlijk niets om over te klagen. Fantastische stad. Maar die Eurocrisis, die Walen en een hoopje gekleurde jongeren, daar worden we lichtjes onwel van.

Het zijn gemeenteraadsverkiezingen, maar het zijn Vlaamse, federale of Europese bevoegdheden die de klok slaan. De federale regering is na anderhalf jaar gebakkelei eindelijk van start gegaan en heeft wat in te halen. En ziet u daar Vlaamse verkiezingen al aan de horizon? Of trekken ze er federaal eerst de stekker nog eens uit. We stemmen met onze buik, ook voor gemeente en provincie. En we spreken over ideologie: de harde rechterzijde die haar boodschap over verandering nooit concreet maakt en flirt met de extreem rechtse kiezer. En een amalgaam van links en centrum, die enkel in de details van elkaar verschillen. Want ideologie vertaalt zich in realisaties op het lokale niveau niet zo sterk.

Nog een geluk voor journalisten dat er voldoende nationale kopstukken opkomen in de gemeenteraad. Dat we kunnen vragen aan die minister of hij zijn ambt opgeeft, om de burgemeesterssjerp om te gorden. In plaats van te vragen wat hij zou doen als burgemeester. Want hoe maak je nieuws over een veilige oversteekplaats aan de school van mijn kinderen? Of over het weghalen van de kasseien in de straat om mijn hoek, zodat buurtbewoners niet wakker denderen bij iedere bus en fietsers niet op het voetpad rijden. Of over hoe je buurtbewoners samen conflicten laat oplossen, in plaats van achter gordijntjes elkaar aan te gluren.

Het zijn gemeenteraadsverkiezingen, we zoomen in op één stad, spreken over thema’s van hogere besturen. En alles gaat over ideologie. Gaan we het rechtste discours volgen of geloven we dat de lastigste weg misschien wel het meest loont op lange termijn? Ik hoop voor u dat het ook eens over uw stad zal gaan, waarbij uw politici over uw problemen praten. Hopelijk komt er een nationale politicus in uw gemeente op, dan landen de media misschien ook daar eens. Ondertussen zullen we in Antwerpen het debat proberen voeren over de zaken die er voor onze stad toe doen. En aangezien u hier niet leeft en dus niet zal stemmen, hoeft u zich daar niet druk in te maken. Maar u bent vanzelfsprekend steeds welkom in Antwerpen, want ‘t stad is van iedereen. Ook voor de mensen van over ‘t water. U kan zelfs met het openbaar vervoer komen, want uw wagen staat al op de parking.