Een classic uit de oude doos. Een van mijn jeugdhelden: DJ Marco Bailey. De nineties zijn helemaal terug! Sebiet toch eens bij den Illusion of La Rocca passeren om te zien of het daar nog feest is.
Trash culture is helemaal terug. Na The New Kids met Broodje Bakpoa komt uit Zuid Afrika Die Antwoord. U zag hun filmpjes waarschijnlijk al her en der opduiken.
Maar bekijk zeker ook eens hun site: www.dieantwoord.com Leuke trash fotografie met trashy deuntjes op de achtergrond. Benieuwd wie de volgende wordt. Of de muziek wat is, laat ik aan uw eigen oordeel over.
Alleszins: trash culture (of de pseudo aanpak) is helemaal terug. En voor wie daar niet genoeg van krijgt, bekijk ook eens Terry’s Diary.
Een dagje thuis. Met mijn zoon. En iedereen is gaan werken. Heerlijk. Patatjes en fruitpapjes. Lekker lekker.
Bloggen voor gevangenen. Een interessant en – lijkt mij – zinvol concept. Meer info en plaatjes op: yankodesign.com
Zegt Clopin daar iets interessant over die downloadlimieten. Ik vond de houding van de operatoren in het debat wat gemakelijk. Slechts 5 à 10% van de gebruikers overschrijdt weleens zijn downloadlimiet. “Onze klanten zijn geen vragende voor hogere downloadcapaciteiten of een onbeperkt downloadvermogen.” De kip of het ei, zeg ik dan.
Kijk, onze vader die heeft een krachtige computer en een internetverbinding. Hij heeft een digitale camera waarmee hij zijn kleinzonen fotografeert. En hij houdt ook de foto’s bij die ik en mijn broer maken. Die catalogus groeit aan en wordt niet systematisch gebackuped. Als die harde schijf crashed of de computer wordt gestolen of geraakt beschadigd, is hij dat allemaal kwijt. Zoals zovelen onder u.
Als er geen down- en uploadlimieten zouden zijn, dan zou ik mijn vader een goedkope online storage aan de hand doen, om zijn foto’s te bewaren. Veiliger & goedkoper dan thuis back-uppen. Met de huidige abonnementen is daar echter geen beginnen aan. Dus stel ik het hem niet voor. En maakt de meerderheid van de Belgen geen gebruik van zulke diensten. De kip of het ei.
En dan zwijg ik van bestandsbeheer tussen het werk & thuis en smartphone, laptop & desktop. Ik zwijg van online films huren op uw tv, van radio luisteren via wifi, van spelletjes spelen tegen anderen. Ik spreek niet over online muziekabonnementen, evenementen volgen via streams of zaken als de iPlayer van de BBC.
Toen we nog geen microgolfoven hadden, maakten we er vanzelfsprekend geen gebruik van. Maar sinds wij er één hebben, komt dat geweldig goed van pas. Voor een kip of een ei. Dat is wat je ziet gebeuren met de mogelijkheden van het web. En niet alleen in het verre Amerika, maar ook in de landen rondom ons. En wij drentelen achterop.
Dat er eens wat sneller internet, met minder beperkingen en aan een schappelijke prijs komt.
For the record: dit is mijn hoogst persoonlijke mening, los van waar ik mij professioneel mee bezig houd.
Ok. Ik doe een poging. Ik schrijf normaal niet over nieuwsigheden waar Yves Desmet en andere commentatoren zich over uitspreken. Hoe kan u zich hier ontspannen als ik over hetzelfde spreek als al die andere media. Maar ik wil u mijn steevast onbescheiden mening niet onthouden.
Brussel… Volop onder de aandacht, wat de geweldig mooie term ’steekvlampolitiek’ heeft opgeleverd. Brussel. Ik werk daar. Al een jaar of vier, vijf en ondertussen op drie verschillende locaties. Tegenwoordig hok ik in Molenbeek, voordien was dat nog de kleine ring en lang daarvoor de buitenkant van Schaarbeek. Ik heb twee jaar in hartje Schaarbeek gestudeerd en een jaartje in Brussel centrum gewoond. Ik mag er dus iets over zeggen. Nooit veel miserie gehad, op enkele inbraken, overvallen en wat vandalisme na. Faits divers…
Het probleem is dat we Brussel als een probleem zien. En niet als een oplossing. (klink mélo hé) Wij Vlamingen drukken Brussel niet aan het hart. En de Walen eigenlijk ook niet. Of dacht u dat u alle Franstaligen in België over één kam kon scheren? Brussel wordt geplet tussen het Vlaamse en Waalse gewest/gemeenschap en gekleineerd door de Federale overheid. Iedereen wil een stukje, zegt wat wel en niet mag, maar vertikt het om er deel van uit te maken.
Dat is potverdekke onze hoofdstad! En de enige iet of wat echte (groot)stad in België. In ieder ander land zou ik er wonen. Parijs, Londen, Berlijk, Tokyo, New York, … Maar niet in Brussel. Want daar is de Vlaming niet thuis. Ze spreken er geen Vloms, het zit vol Araben en de rand is toch o zo dichtbij, dat we liever in Kortenberg, Meise of Ternat samenhokken. Of zoals ik: in Antwerpen en dagelijks ‘gelijk ne zot’ A-twaalven. Brussel, dat is iets voor Leuvenaars die twee jaar later terug in Leuven staan.
Brussel met zijn 19 gemeenten en 6 politiezones. De burgemeester is niet bepaald een Rudolph Giuliani of Job Cohen. De hoofdstad moet zijn centen bedelen bij de federale overheid. Dagelijks rijden bataljons bedrijfwagens de hoofdstad binnen. Like me, een bedrijfsbenz, smartphone en dure laptop in de tas. Met automatische deurvergrendeling tot in de bewaakte parking, voorbij de trainingsbroekdudes. Bij dageraad durven gaan we al eens een broodje halen. En ’s avonds het zelfde liede achterstevoren. Dag in dag uit.
Het probleem is dat iedereen buiten Brussel er een stukje van wil. Zijn zegje doen. Maar tegelijkertijd de stad niet aan het hart drukt. Hoeveel Vlaamse top politici kent u die in Brussel wonen? Hoeveel Brusselse premiers zijn er de laatste decennia geweest? De stad heeft geen banlieu’s, geen uitdijende achterstandswijken. Je zit meteen in Vlaanderen, een gordel die Brussel binnen zijn grenzen houdt. EU ambtenaren en mensen met centen steken graag de grens over naar de groene wijken net buiten Brussel. En de miserie blijft ’s avonds alleen achter rond de vijfhoek.
We gaan met Brussel nooit ergens komen als we de stad niet graag gaan zien, in onze harten sluiten en er ons om bekommeren. Wat moeten we echter aanvangen met al die werkloze jongeren, donkere kerels en bijhorende miserie? Hoe zorgen we er voor dat het Nederlands spontaan door heelder wijken klinkt. Wat doen we met die lelijke kantoorgebouwen, de auto-aders doorheen de stad en smerige straten?
Brussel zou fokking hard bovenaan de agenda moeten staan. Voor de komende tien jaar! Maak de boel één en zet er een sterke figuur bovenop. Geef Europa een paats zonder u kont te moeten verhuren. Zorg dat minstens de helft van de federale regering een verantwoordelijkheid over Brussel heeft. Kuis de straten op en biedt mensen een uitweg. Stop met Brussel de dumping van menselijke miserie te maken.
En wie weet. Wie weet na tien jaar keiharde inspanning en bijhorende centen, gaan we met z’n allen in Brussel wonen. Zoals dat in London, Berlijk, Parijs, Tokyo, etc. het geval is. “Steekvlampolitiek” Wat een mooie term. Ik hoop dat de ambitie van langere duur is. Ondertussen ga ik op de hoek een broodje Kalashnikov halen. En rijd ik daarna met de Benz Gotham city in. Veilig vanachter mijn blinkende voorruit overzie ik de stad. Met automatische deurvergendeling aan, of wat dacht u?
Wij zijn hier niet in Amerika. Hoe graag ik de Amerikanen ook zie en dagelijks wegdroom over een stulpje op de heuvels van San Fran: wij zijn geen Amerikaanders! Dat denk ik als ik mensen van bij ons op twitter té positieve berichten in het Engels de wereld in zie spuien.
Het is hier België, ons vlakke Vlaanderenland. Het begin van het noorden in Europa. Het is donker als ik in de wagen naar het werk stap en donker als ik naar huis terugkeer. Wij zijn een terughoudend volk en houden onze commentaren veelal binnensmonds of in achterkamers. Sommingen kozen al eens de verkeerde kant in de oorlog of stemmen op een foute partij. Het donker beest zit vanbinnen.
Wij spreken “Vloms” denk ik, als ik mensen koeter-Engels zie braken op twitter. Hetzelfde beperkte Anglo lingo waar Chinezen zich van bedienen. Wij zeggen hier niet dat alles ‘great’ was, deze of gene mensen ‘fantastic’ en dit of dat ‘the best ever’. Godverdomme miljaarde mille dedju! Dat zeggen wij.
Het internet maakt de wereld klein. Wij volgen Amerikanen en spuwen berichten heen en weer in verschillende tijdszones. Imitaties duiken op. Hetzelfde happy flappy sfeertje waar je in Amerika vrolijk van wordt, maar compleet misplaatst is op onze natte kleigrond. Vlaamstaligen die in het Amerikaans communiceren met mensen die ook ‘een curryworst special’ bestellen. Tenenkrullend.
Ik mag mij zo niet opwinden, ik weet het. Zulks positieve gevoelens onderuithalen met donker sentiment. Maar ik voel er mij niet in thuis. En thuis dat is van bij ons. Dat zijn drie-en-dertigers in een TL verlicht café op zondagmiddag. Misschien moet het eens opklaren, zodat de zon schijnt voor ik opsta en pas ondergaat als ik een 33′er naar binnen geul. Maar voorlopig krijg ik er een onprettig gevoel in de buikzone van.
Nu dat ook weer van mijn lever is wilde ik graag zeggen dat mijn trouwkoppel zaterdag the most beautiful people ever waren. Dat alles echt fantastic was. En de foto’s totaal great zijn. En dat ik so happy ben dat ik hun trouw heb mogen schieten. Ik meen het. Miljaarde fokking awesome! Nu laat ik u, terwijl ik wegdroom van een stulpje in de heuvels van San Francisco. En wacht tot het op zijn minst begint te schemeren vooraleer ik de baan op ga om als een donker beest in bumpers te bijten.
Ja Yves… Toont mij zo geen dingen hé gast. Als ik dat zie wil ik meteen in mijn auto kruipen en vertrekken. Gvd zeg! Het moet er dit jaar toch nog van komen. Maar gezin, geld, tijd, …
Bestaan er nog geen snowboard blogsponsors? Een shop, een fabrikant of desnoods een skigebied? Ik maak met plezier wat helmet cam vids, picz en pies de naam van de sponsor eigenhandig in de sneeuw. En dan zeggen we: “doen we subiet een Twunchke bovenop de berg?” Allez how zeg!
“Kunt gij nu komen?” Ik was iets vroeger thuis en lag onderuitgezakt in de zetel. Daags voordien nog veelvuldig het kleine kamertje gefrequenteerd om via diverse lichaamsopeningen sappen uit te scheiden. Iets te rap weer aan de slag gegaan en iets vroeger naar huis gekeerd. Wat mottig in hoofd en buik nam ik de telefoon op. “Ze gaan hem opnemen in het ziekenhuis. Kan jij nu komen en zijn spulletjes meepakken?”
Uw intern alarm gaat af en je volgt de procedures. Rusting – niet lopen – alles bij elkaar zoeken, pakken en vertrekken. In de wagen belde ik terug naar de schoonvader, op schoonmoeders’ gsm. “Ik geef hem door hé, hij kan dat beter uitleggen,” zei ze naar een niet zo duidelijk verhaal.
Verschieten dat wel. Maar de tweede (jonge vrouwlijke) dokter was vriendelijk en duidelijk. Een lange uitleg die ik onderbrak om te weten waar we voor staan. Rationele risicoanalyze. Vertel mij de essentie eerst en de details nadien. Like a robot. Wat zijn de volgende stappen? Wat moeten we nu doen? Wat zijn de verschillende pistes.
Uiteindelijk was het vooral preventief. Zeker 24u in observatie. De snotanalyse zei uiteindelijk dat het niet RSV maar vermoedelijk één van de talrijk andere virussen, gelukkig minder agressief. Slijm in de longen, lastig ademen en daardoor een verhoogde hartslag. Het gaat rond bij de kleintjes en hoe jonger hoe lastiger ze het hebben.
Deze week komt alle kut samen. Al betere tijden gekend. Vannacht blijven slapen, maar dat is een ander verhaal. Alles is ok met hem. Een pak levendiger en actiever. Hopelijk vandaag naar huis. Maar zowieso is het verschieten als ze u bellen en zeggen dat uw kind in het ziekenhuis ligt. Lampen uit, rood zwaailicht aan en sirene die tiert: alarm.

Recent Comments